Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
[eiseres],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een Jamaicaanse nationaliteit houdende vrouw, heeft op 22 november 2017 een aanvraag ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf met als verblijfsdoel studie. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij is toegelaten tot een voltijdse opleiding aan een erkende universiteit, hoge school of particuliere onderwijsinstelling die door het Departement van Onderwijs als HBO is erkend.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Het Gerecht heeft het beleid van verweerder, zoals vastgelegd in de Herziene instructie aan de Gezaghebbers (HIG), getoetst en geoordeeld dat dit beleid niet kennelijk onredelijk is.
Het Gerecht concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de vereisten voor verlening van de verblijfsvergunning studie en dat verweerder de vergunning op goede gronden heeft geweigerd. Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het handhaven van dit beleid voor haar onevenredige gevolgen zou hebben. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard.