Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Voorlopige aanslag BVZ 2014
voorlopige aanslag premie BVZ 2014
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag premie BVZ 2014 en aanslagen inkomstenbelasting en premies 2015, maar deed dit buiten de wettelijke termijnen. Het bezwaar tegen de aanslag 2014 werd op 9 maart 2020 ingediend, terwijl de aanslag dateert van 27 juni 2014. Het Gerecht achtte de stelling dat belanghebbende pas in februari 2020 van de aanslag op de hoogte was niet aannemelijk vanwege het lange tijdsverloop zonder nadere onderbouwing.
Ook het beroep tegen de uitspraken op bezwaar van 2020 inzake de aanslagen 2015 werd te laat ingediend. Belanghebbende voerde geen bijzondere omstandigheden aan die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk.
De Inspecteur had toegezegd de voorlopige aanslag BVZ 2014 ambtshalve te vernietigen, waardoor het Gerecht niet inhoudelijk op het bezwaar hoefde in te gaan. Belanghebbende was niet verschenen tijdens de zitting, ondanks correcte oproeping. Het Gerecht wees proceskosten en griffierecht af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart het bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2014 ongegrond en het beroep tegen de aanslagen 2015 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.