Uitspraak
1.de besloten vennootschapTHE CARIBBEAN RADIATOR B.V.,
[GEDAAGDE SUB 2],
.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Banco di Caribe N.V. (BdC) heeft tegen The Caribbean Radiator B.V. (TCR) en haar statutair directeur een vordering ingesteld tot betaling van NAf 154.736,86, vermeerderd met contractuele rente en kosten, wegens tekortkoming in nakoming van een kredietovereenkomst en borgtocht.
TCR en haar directeur voeren gemotiveerd verweer, onder meer met verwijzing naar een eerder geschil over fraude met een POS-machine, waarbij de rechter TCR in het gelijk stelde. Zij betwisten de hoogte van de vordering en stellen dat BdC geen verlies heeft geleden. BdC heeft volgens hen de kredietrelatie destijds niet hersteld en heeft ernstige gevolgen veroorzaakt.
Het gerecht constateert dat het debat onvoldragen is en dat BdC onvoldoende stukken heeft overgelegd. Daarom beveelt het gerecht partijen nadere informatie en bewijsstukken te verstrekken, met name over de opbrengst van geveilde appartementen, verwerking van spaartegoeden en eerdere vonnissen. Tevens wordt BdC verzocht te onderbouwen dat TCR en haar directeur in verzuim zijn geraakt.
De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 15 november 2021, waarbij partijen zich zullen uitlaten over de gevraagde informatie en stukken. Het gerecht zal daarna een verdere beslissing nemen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere informatie en stukken, waarna verdere beslissing volgt.