Rechtsoverweging 4.3 van het tussenvonnis heeft in de kern betrekking op de nakoming door het Land van zijn inspannings- en bemiddelingsverplichtingen die volgens de overeenkomsten tussen partijen op hem rusten.
Uit het (nadere) debat tussen partijen moet worden geconcludeerd dat het Land onvoldoende invulling heeft gegeven aan de nakoming van die op hem rustende verplichtingen. Deze conclusie berust op het navolgende.
Ook als het door RIC ingediende infrastructuurplan niet aan de vereisten voldeed, zoals het Land stelt maar RIC betwist, is niet met bedoelde verplichtingen van het Land in overeenstemming dat RIC, zoals zij onweersproken heeft aangevoerd, sinds 2014 niets meer van het Land heeft vernomen. Dit geldt te meer nu volgens een mededeling van de gemachtigde van het Land tijdens het kort geding van 20 november 2018, naar RIC eveneens onweersproken heeft aangevoerd, de stukken al sinds 2015 bij de Minister lagen ter ondertekening. Gezien dat tijdsverloop was het Land, althans de Minister namens hem, gehouden die stukken te ondertekenen dan wel aan RIC te berichten wat aan de afronding in de weg stond.
Wat betreft Pedro stelt het Land dat UO Domeinbeheer de onderhandelingen met Pedro heeft gevoerd onder voorbehoud van goedkeuring door de minister van VVRP en dat de (toenmalige) minister van VVRP de concept-vaststellingsovereenkomst niet heeft geaccordeerd, waardoor de onderhandelingen stagneerden. Waarom de minister van VVRP weigerde de concept-vaststellingsovereenkomst te accorderen, wordt door het Land niet toegelicht. Daarmee kan niet worden beoordeeld of het Land c.q. de Minister die beslissing in redelijkheid kon nemen en in het bijzonder of de belangen van RIC daarbij wel voldoende zijn meegewogen. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat het Land RIC van die weigering door de minister in kennis heeft gesteld. Het Land stelt dat in plaats van een jarenlange gerechtelijke procedure (en ter voorkoming van verdere stagnatie), is geopteerd niet handhavend op te treden jegens Pedro, maar om in der minne met Pedro te schikken met betrekking tot de illegale ingebruikname. De intentie is om deze voorgestelde oplossing wederom aan te bieden aan de minister van VVRP, aldus het Land. Wat die voorgestelde oplossing inhoudt en waarom de intentie die voorgestelde oplossing aan te bieden aan de Minister nog niet ten uitvoer is gebracht en wanneer dat naar verwachting wel zal gebeuren, laat het Land onvermeld.
Ten aanzien van de erven Martina is concreet zicht op het tot stand komen van schriftelijke afspraken (lees: erfpachtuitgifte), zo stelt het Land. Wat aan die totstandkoming nog in de weg staat, licht het Land al evenmin toe.
Al het vorenstaande biedt, tegen de achtergrond van de overeenkomsten tussen partijen, tegenover het verwijt van RIC dat het Land zijn verplichtingen uit de overeenkomsten niet nakomt, onvoldoende aanknopingspunten om aannemelijk te doen zijn dat het Land wél voldoende voortvarend zijn verplichtingen uit die overeenkomsten is nagekomen.