Uitspraak
FUNDASHON PA STIMULA EDUKASHON I FORMASHON DEN BARIO,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres was statutair directeur van Sefba en vorderde vergoeding van NAf 7.000,- per maand vanaf 3 maart 2016, omdat haar ontslag met terugwerkende kracht per die datum volgens haar nietig zou zijn. Zij stelde dat de Raad van Commissarissen niet de vereiste ministeriële goedkeuring had verkregen voor haar ontslag, zoals voorgeschreven in de statuten.
Sefba verweerde zich met het gezag van gewijsde van een eerder vonnis waarin was vastgesteld dat de overeenkomst van opdracht vanaf 3 maart 2016 krachteloos was geworden. Tevens stelde zij dat de nietigheid van het ontslagbesluit niet tijdig in rechte was ingeroepen, waardoor de bevoegdheid tot vernietiging was vervallen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres weliswaar buiten rechte tijdig bezwaar had gemaakt, maar niet binnen de wettelijke vervaltermijn van zes maanden een rechtsvordering tot vernietiging had ingesteld. Hierdoor was het ontslagbesluit rechtsgeldig. Het eerdere vonnis had bindende kracht en bevestigde dat de overeenkomst van opdracht vanaf 3 maart 2016 was geëindigd. De vorderingen tot vergoeding werden daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding wordt afgewezen omdat de nietigheid van het ontslagbesluit niet tijdig in rechte is ingeroepen en het ontslagbesluit rechtsgeldig is.