ECLI:NL:OGEAC:2021:245

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
CUR202103717
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 136 ProcesreglementArt. 555 RvArt. 557 RvArt. 444 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning en betaling huurachterstand toegewezen in kort geding

In deze zaak vordert verhuurder ontruiming van een woning en betaling van een huurachterstand van NAf 7.200, vermeerderd met rente, een contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten. Huurder erkent de huurachterstand en licht toe dat de coronamaatregelen zijn inkomsten als chauffeur hebben verminderd, waardoor hij tijdelijk niet kon betalen. Hij is op zoek naar goedkopere woonruimte en is bereid de achterstand in te lopen.

De rechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en de ontruiming toe, waarbij de ontruiming uiterlijk op 7 januari 2022 moet zijn voltooid. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het procesreglement, evenals de wettelijke rente. De gevorderde boete wordt in dit kort geding niet toegewezen vanwege onvoldoende zekerheid over matiging in een bodemprocedure.

Huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, waaronder explootkosten, griffierecht en salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de deurwaarder krijgt toestemming om de sterke arm in te roepen bij de ontruiming.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk 7 januari 2022 en betaling van de huurachterstand, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202103717
Vonnis in kort geding d.d. 14 december 2021
inzake

1.CAREB HOLDING N.V.,

2. LAWINCO HOLDING N.V.,
beide gevestigd in Curaçao,
eisers,
gemachtigde: mr. L.M. Asjes,
tegen
[GEDAAGDE],
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna verhuurder en huurder worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Op 17 november 2021 heeft verhuurder een verzoekschrift in kort geding ingediend.
1.2.
De behandeling van het kort geding heeft plaatsgehad op 13 december 2021. Namens verhuurder is verschenen mr. Asjes, zijnde bestuurder en gemachtigde. Huurder is in persoon verschenen. Beide partijen hebben het woord gevoerd.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Huurder huurt sinds 1 oktober 2017 van verhuurder de woning [adres] te Curaçao voor een huurprijs van NAf 1.600 per maand.
2.2.
Verhuurder heeft op de in het verzoekschrift aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand van NAf 7.200 gevorderd, vermeerderd met rente, NAf 1.750 aan contractuele boete wegens vertraging in de betaling en NAf 1.080 aan overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten. Ook vordert verhuurder veroordeling van huurder in de proceskosten.
2.3.
Huurder heeft de vordering van verhuurder terzake de huurachterstand erkend. Huurder heeft uiteengezet dat zijn klandizie en daarmee inkomsten als chauffeur van een busje als gevolg van de coronamaatregelen sterk zijn afgenomen. De huur over de maanden maart en april 2020 heeft hij daardoor onbetaald moeten laten. De maanden november en december 2020 heeft hij deels onbetaald gelaten en de maanden september en november 2021 geheel (december 2021 is wel betaald). Huurder stelt op zoek te zijn naar goedkopere woonruimte. Hijzelf kan tijdelijk bij zijn moeder wonen, maar er zijn ook zeven honden die ergens ondergebracht moeten worden. Huurder benadrukt dat hij de afgelopen vier jaar voor het overgrote deel aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, dat de verhouding met verhuurder steeds goed is geweest en dat hij bereid en voornemens is de huurachterstand in te lopen. Zijn inkomsten zijn volgens huurder echter ontoereikend om tot directe betaling over te gaan. Huurder vindt het niet redelijk dat verhuurder naast de huurachterstand ook boete en kosten vordert.
2.4.
De onweersproken vordering tot betaling van de huurachterstand zal worden toegewezen. Deze huurachterstand rechtvaardigt voorts de gevorderde ontruiming. De datum waarop de ontruiming moet zijn voltooid zal worden bepaald op 7 januari 2022. Genoegzaam is gebleken dat verhuurder werkzaamheden heeft verricht ter verkrijging van betaling buiten rechte. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen conform artikel 136 sub Pro III van het Procesreglement. De wettelijke rente is toewijsbaar als gevorderd. Wat betreft de gevorderde boete is in dit kort geding niet met voldoende zekerheid aan te nemen dat het beroep van huurder op matiging in een eventuele bodemprocedure niet zal slagen.
2.5.
Het voorgaande leidt tot de hierna opgenomen beslissing. Huurder zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Deze bedragen:
explootkosten NAf 339,50
griffierecht NAf 450
salaris gemachtigde NAf
750 +
totaal: NAf 1.539,50.

3.Beslissing

Het Gerecht, recht doende in kort geding,
3.1.
veroordeelt huurder de woning uiterlijk op 7 januari 2022 met alle personen en zaken die zich van de kant van huurder in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurder te stellen,
3.2.
verstaat dat de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent alvast toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 en Pro 444 lid 2 Rv,
3.3.
veroordeelt huurder tot betaling aan verhuurder van NAf 7.200 ter zake van achterstallige huurpenningen tot en met de maand december 2021, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2021 tot de dag van algehele voldoening, en NAf 750 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt huurder tot betaling van de proceskosten, tot op heden begroot op NAf 1.539,50,
3.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 14 december 2021 in het openbaar uitgesproken.