Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao behandelde een kort geding tussen de cooperatieve vereniging van eigenaren van het Royal Palm Resort en een eigenaar die zich kritisch uitliet over het bestuur. De vereniging vorderde primair een contactverbod en subsidiair een verbod op beledigende en lasterlijke uitingen jegens bestuursleden.
De feiten betreffen langdurige onenigheid waarbij gedaagde honderden e-mails stuurde met kritiek en beschuldigingen aan het adres van het bestuur. Eerder waren er ook strafrechtelijke aangiftes en andere procedures tussen partijen. Het bestuur wilde met een nieuw contactverbod de uitingen stoppen.
Het gerecht oordeelde dat het primair gevorderde contactverbod te ver ging en wees dit af. Wel werd het subsidiaire verbod op beledigende, smadelijke en lasterlijke uitingen toegewezen, met een gematigde dwangsom van NAf 500 per overtreding, maximaal NAf 5.000. De gevorderde lijfsdwang werd afgewezen. Daarnaast werden partijen in de proceskosten veroordeeld. De vordering tot rectificatie van gedaagde werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Het vonnis benadrukt de afweging tussen het recht op vrije meningsuiting en het recht op bescherming van de goede naam en veiligheid van bestuursleden, waarbij de grens van betamelijkheid door gedaagde was overschreden.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden om bestuursleden van de vereniging te beledigen of smaden via e-mail en sociale media, met een dwangsom bij overtreding.