Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift met producties;
- de mondelinge behandeling op 1 november 2021.
2.Het geschil
3.De beoordeling
NAf 1.000,= +
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoeker was sinds 1 maart 2019 in dienst bij verweerster als Manager Operations tegen een bruto maandsalaris van NAf 5.500. Op 23 juni 2021 heeft verzoeker de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, waardoor de arbeidsovereenkomst eindigde op 31 juli 2021.
Na een vakantieperiode en het verrichten van werkzaamheden aan een bouwproject en privéklus, ontving verzoeker op 23 juli 2021 een bericht dat hij geen salaris over juli zou ontvangen. Hierop staakte verzoeker zijn werkzaamheden. Verzoeker vorderde vervolgens betaling van het achterstallige salaris, vertragingsrente, uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen en afgifte van loonstroken.
Het gerecht oordeelde dat verweerster onrechtmatig handelde door het salaris niet te betalen terwijl de arbeidsovereenkomst nog liep. Verzoeker was gerechtigd zijn arbeid op te schorten vanwege het verzuim van de werkgever. Tevens werd vastgesteld dat verzoeker recht heeft op uitbetaling van 24 niet opgenomen vakantiedagen. De gevorderde vertragingsrente werd gematigd tot 10%. Verweerster werd veroordeeld tot betaling van het salaris minus een bedrag voor materiaal, uitbetaling van vakantiedagen, afgifte van loonstroken en proceskosten.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen, afgifte van loonstroken en proceskosten.