Verzoeker was sinds 2006 in dienst bij Pizza Hut en werd op 4 september 2020 op staande voet ontslagen wegens diefstal van NAf 100,- tijdens zijn dienst als dispatcher. De werkgever baseerde het ontslag op videobeelden waarop verzoeker het geld en een afleverbon niet aan de kassière overhandigde maar in zijn locker stopte.
Verzoeker betwistte het ontslag en stelde dat er geen dringende reden was en dat het ontslag niet onverwijld was meegedeeld. Hij voerde aan dat hij de nietigheid van het ontslag binnen zes maanden had ingeroepen, maar dat Pizza Hut zijn brief niet had geaccepteerd. Het gerecht oordeelde dat verzoeker dit niet met voldoende zekerheid had bewezen, maar hem wel toestond dit bewijs alsnog aan te leveren.
Het gerecht stelde vast dat Pizza Hut onvoldoende voortvarend had gehandeld door het ontslag pas op 4 september 2020 uit te spreken, terwijl het kastekort en de videobeelden al eerder bekend waren. Hierdoor was er geen sprake van een onverwijld meegedeelde dringende reden, waardoor het ontslag op staande voet nietig was.
Pizza Hut verzocht daarom de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 januari 2022 op grond van gewichtige redenen, die het gerecht bevestigde. De ontbinding vond plaats zonder vergoeding of cessantia, omdat de dringende reden volledig aan verzoeker te wijten was. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.