ECLI:NL:OGEAC:2021:52
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde pensioenbetalingen na overlijden en aansprakelijkheid erfgenamen
De Sociale Verzekeringsbank Curaçao (SVB) heeft na het overlijden van de moeder van gedaagden ruim 14 jaar onterecht haar AOV-pensioen doorbetaald, in totaal NAf 135.848. SVB vordert terugbetaling van dit bedrag plus wettelijke rente en kosten van de erfgenamen. Gedaagden betwisten de terugvordering onder meer met het argument dat zij niet verplicht waren SVB te informeren over het overlijden en dat SVB zelf had moeten controleren of moeder nog leefde.
Het gerecht stelt vast dat de betalingen onverschuldigd waren en kwalificeren als onverschuldigde betaling volgens artikel 6:203 BW Pro. Uit bankmutaties blijkt dat de bedragen stelselmatig zijn opgenomen en verbruikt, wat duidt op kwade trouw en schending van de waarheidsplicht door gedaagden. Ook het beroep op verjaring faalt omdat SVB pas in 2017 bekend werd met de fout.
Gedaagden worden aansprakelijk gehouden uit hoofde van onrechtmatige daad en als rechtsopvolgers van hun ouders. De nalatenschap is geacht te zijn aanvaard doordat zij als rekeninghouders over de gelden hebben beschikt. Het gerecht veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot terugbetaling van het volledige bedrag met rente en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot terugbetaling van NAf 135.848 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onverschuldigde betaling en kwade trouw.