ECLI:NL:OGEAC:2021:86
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.V.L.M. Wannyn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte legaat percelen wegens rechtsverwerking
De zaak betreft een geschil over de afgifte van een legaat op twee percelen grond, gelegateerd door een erflater aan zijn neef, met de erfgenaam van deze neef als eiseres. De erflater had bepaald dat het legaat binnen zes maanden na overlijden moest worden afgegeven, maar deze termijn is verstreken.
Eiseres vordert dat gedaagde wordt verplicht mee te werken aan de levering van het legaat, stellende dat de termijn geen vervaltermijn is en dat zij als erfgenaam van de oorspronkelijke legataris in diens plaats treedt. Gedaagde voert verweer dat de oorspronkelijke legataris het legaat nooit heeft aanvaard en het recht daarop heeft verspeeld door langdurige stilzitten en geen gebruik van het perceel.
Het gerecht oordeelt dat de termijn in het testament een aansporingstermijn is en geen vervaltermijn, zodat aanspraak op het legaat ook na zes maanden mogelijk is. Echter, het gerecht stelt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die rechtsverwerking aannemelijk maken: de oorspronkelijke legataris heeft het legaat niet opgeëist, geen gebruik gemaakt van het perceel, geen grondbelasting betaald, en er is een gerechtvaardigd vertrouwen bij gedaagde dat het recht niet meer wordt uitgeoefend.
Daarmee wordt de vordering van eiseres afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten. Het beroep op verjaring en de vraag of het legaat formeel is verworpen blijven onbesproken.
Uitkomst: Vordering tot afgifte legaat op percelen wordt afgewezen wegens rechtsverwerking door oorspronkelijke legataris.