Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Verloop van de procedure
- het verzoekschrift van 26 maart 2019;
- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie van 8 juli 2019;
- de conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie, tevens vermeerdering van eis van 7 juni 2021;
- het vonnis van 18 oktober 2021 (
- de akte vermeerdering eis in reconventie, tevens toelichting;
- het proces-verbaal van de comparitie van 9 maart 2022.
2.De feiten
3.De vorderingen
4.De beoordeling
ultimate beneficial owneris van de SPF. [eiser] heeft echter niet gemotiveerd betwist de stelling van [gedaagde] dat zij geen bemoeienis heeft gehad met de financiële gang van zaken binnen de SPF en dat een en ander werd geregeld door [eiser] en de bestuurder van de SPF, het aan [eiser]s gemachtigde verbonden kantoor Lyra Management B.V. Uit hetgeen in dit geding naar voren is gebracht, kan niet worden afgeleid dat het vermogen van [gedaagde] is gebaat door de door [eiser] ten behoeve van de SPF verrichte handelingen en betalingen (waaronder het aangaan en/of de voldoening van hypotheekverplichtingen van de SPF). Ook indien wordt aangenomen dat de oprichtersrechten van de SPF bij [gedaagde] berusten, kan op basis van de beschikbare gegevens – stukken met betrekking tot de SPF zijn niet overgelegd – niet worden aangenomen dat die rechten voor [gedaagde] een vermogensbestanddeel van betekenis vertegenwoordigen. Ter zitting is bovendien gebleken dat ook hier sprake is van een mogelijke executieverkoop door de bank. Wat hier ook van zij, eventuele (terug)betalingsaanspraken van [eiser] zijn primair een aangelegenheid tussen hem en de SPF, niet tussen partijen.