Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
CORDIAL N.V. (“Cordial”),
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze zaak vorderen MHS en Cordial de uitkoop van Bab als minderheidsaandeelhouder op grond van artikel 2:250 BW Pro. De beslissing op dit verzoek was aangehouden sinds het tussenvonnis van 7 november 2016, in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad over het cassatieberoep van Bab tegen de afwijzing van haar verzoek tot het gelasten van een enquête.
Na vernietiging en terugverwijzing heeft het Hof alsnog een enquête gelast, waarvan het cassatieberoep door de Hoge Raad is verworpen. Het Hof stelde vast dat er sprake was van wanbeleid rond emissies in 2010, vernietigde de decharge van de bestuurder voor die emissies, maar wees overige verzoeken af, waaronder vernietiging van de emissiebesluiten vanwege het ontbreken van een belang van de vennootschappen.
Bab heeft tegen deze beschikking cassatieberoep ingesteld en verzoekt om aanhouding van de uitkoopprocedure, stellende dat bij vernietiging van de emissies MHS niet het vereiste meerderheidsbelang bezit. Het Gerecht acht het belang van Bab bij aanhouding zwaarder dan het belang van MHS en Cordial bij voortzetting van de uitkoopprocedure en wijst het verzoek tot aanhouding toe.
De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol voor het nemen van aktes na uitspraak van de Hoge Raad, waarbij partijen zich ook moeten uitlaten over de procespositie van MHS. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De uitkoopprocedure wordt aangehouden in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad over het cassatieberoep in de enquêteprocedure.