Uitspraak
BALENTINA BLOKKENFABRIEK N.V.,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Partijen sloten op 31 mei 2018 een aanneemovereenkomst voor de bouw van een woning, met oplevering uiterlijk twaalf maanden na de notariële erfpachtakte van 12 april 2019. Eiseres vordert een korting van ANG 18.500 wegens te late oplevering, gebaseerd op 185 werkbare dagen vertraging. BB voert verweer met onder meer een beroep op termijnverlenging en overmacht vanwege de covid-pandemie.
De rechtbank oordeelt dat BB geen beroep kan doen op de UAV, omdat deze niet aan eiseres zijn uitgereikt en derhalve vernietigd zijn. Er is geen overeenkomst tot termijnverlenging gesloten, aangezien correspondentie geen aanbod of aanvaarding bevatte. Het beroep op overmacht faalt omdat de woning aan het begin van de lockdown al vrijwel gereed had moeten zijn en BB niet concreet heeft onderbouwd dat vertraging door covid-gerelateerde leveringsproblemen is opgetreden.
De rechtbank stelt vast dat de oplevering op 22 december 2020 heeft plaatsgevonden, gelet op het proces-verbaal van oplevering en sleuteloverdracht. De vordering van eiseres, die uitgaat van een oplevering op 5 maart 2021, wordt verworpen. Partijen krijgen gelegenheid om zich uit te laten over het aantal werkbare dagen vertraging tussen 12 april 2020 en 22 december 2020. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De oplevering wordt vastgesteld op 22 december 2020; partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over het aantal werkbare dagen vertraging; verdere beslissing wordt aangehouden.