ECLI:NL:OGEAC:2022:207

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
27 juni 2022
Publicatiedatum
26 juli 2022
Zaaknummer
CUR202104038
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.C.B. Hubben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling achterstallige huurpenningen en verrekening afgewezen

De huurder heeft vanaf 2013 een driekamerwoning gehuurd en is sinds februari 2021 vertrokken. De huurprijs werd in 2015 verhoogd van NAf 600 naar NAf 750 per maand, welke verhoging door de huurder zonder protest is geaccepteerd. Vanaf november 2018 ontstond een betalingsachterstand, die voor 2019 en 2020 samen NAf 8.500 bedraagt.

Eiser vordert betaling van deze achterstallige huurpenningen vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Gedaagde erkent de schuld maar stelt verrekening voor met teveel betaalde huur vanaf 2015, omdat de huurcommissie hem zou hebben geïnformeerd dat huurverhoging maximaal 10% mag bedragen.

De rechtbank oordeelt dat de huurverhoging rechtsgeldig is overeengekomen door acceptatie zonder voorbehoud. Het beroep op verrekening faalt omdat geen sprake is van onredelijkheid of strijd met de wet. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de volledige huurachterstand, rente, proceskosten en incassokosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van NAf 8.500,- achterstallige huur plus rente en kosten, beroep op verrekening wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202104038
Vonnis d.d. 27 juni 2022
inzake
[EISER],
wonend in Curaçao,
eiser,
gemachtigde: mr. I.F. Moeniaralam,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 16 december 2021 ter griffie ingediend;
  • de conclusie van antwoord;
  • de mondelinge behandeling waarbij eiser zijn eis heeft verminderd heeft tot NAf 8.500,=.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 16 mei 2022 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen, waarbij eiser is bijgestaan door zijn gemachtigde. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet. De gemachtigde van eiser heeft pleitaantekeningen overgelegd.
1.3.
Vonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1. [
gedaagde] huurt van [eiser] - in elk geval vanaf 2013 - een driekamerwoning aan de [adres] in Curaçao (hierna: de woning). In februari 2021 heeft [gedaagde] de woning verlaten.
2.2.
Aanvankelijk betaalde [gedaagde] een huurprijs van NAf 600,= per maand voor de woning. Deze prijs is met ingang van 1 juli 2015 door [eiser] verhoogd naar NAf 750,= per maand. Vanaf november 2018 is er een betalingsachterstand ontstaan. Het openstaande bedrag aan huur voor 2019 beloopt NAf 5.000,= en voor 2020 NAf 3.500,=.

3.Het geschil

3.1. [
eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de huurschuld ad NAf 8.500,=, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2021, met veroordeling van gedaagde in de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.
3.2. [
Gedaagde] erkent de huurachterstand, maar beroept zich op verrekening. Hij stelt daartoe dat de huurverhoging vanaf 1 juli 2015 onrechtmatig was en dat hij vanaf dat moment NAf 150,= per maand teveel aan huurpenningen heeft betaald. Hij verkeerde destijds in de veronderstelling dat [eiser] gerechtigd was de huur te verhogen naar NAf 750,=, maar hem is onlangs door de huurcommissie te verstaan gegeven dat de huurprijs van een woning met niet meer dan 10% verhoogd mag worden. Volgens [gedaagde] blijft na verrekening met het door hem teveel betaalde bedrag aan huur een bedrag over van NAf 2.950,= dat hij bereid is aan [eiser] te betalen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op de erkenning van de huurachterstand door [gedaagde] staat de vordering van [eiser] in rechte vast. Deze vordering ligt voor toewijzing gereed tenzij het beroep van [gedaagde] op verrekening slaagt. Dit beroep slaagt niet. De verhoogde huurprijs is immers aan [gedaagde] aangezegd. Vervolgens heeft [gedaagde] de verhoogde huurprijs zonder vorm van protest of voorbehoud vanaf 2015 betaald. Daarmee heeft hij de huurprijs geaccepteerd, zodat de nieuwe huurprijs tussen partijen is overeengekomen.
4.2. [
Gedaagde] wil deze afspraak terugdraaien, omdat hij zou hebben gedwaald ten aanzien van de huurverhoging. Het Gerecht gaat daaraan voorbij. Niet gebleken is dat de huurverhoging in strijd is met de wet of anderszins niet redelijk is gelet op de staat en of aard van de woning. Dat wil zeggen dat de overeengekomen huurverhoging in stand blijft en [gedaagde] geen beroep op verrekening toekomt.
4.3. [
Gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:
explootkosten NAf 321,45
griffierecht NAf 450,=
salaris gemachtigde
NAf 1.000,= (2 punten x tarief 3) +
totaal: NAf 1.771,45
.
4.4.
De buitengerechtelijke incassokosten en nakosten zullen worden toegewezen conform het Procesreglement 2018.

5.De beslissing

Het Gerecht:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van
NAf 8.500,=, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op NAf 1.771,45;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de buitengerechtelijke incassokosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op NAf 750,=;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, aan de zijde van [eiser] begroot op NAf 250,= zonder betekening en NAf 400,= in geval van betekening, en indien deze kosten niet binnen veertien dagen zijn betaald te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.B. Hubben, rechter, en op 27 juni 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.