Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
Verleent aan[eiseres] toestemming om de huurovereenkomst betreffende de woning gelegen te
[adres]met [gedaagde] te beëindigen
per 1 juli 2022.
3.Het geschil
4.De beoordeling
NAf 1.000,00
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze zaak vordert de verhuurster de ontruiming van een woning en betaling van een huurachterstand van NAf 16.200,- plus rente van de huurder die sinds januari 2018 geen huur meer heeft betaald. De huurder betwist de geldigheid van de huurovereenkomst omdat de verhuurster niet de eigenaar van de woning zou zijn en voert procedurele bezwaren tegen de Huurcommissie.
De kortgedingrechter oordeelt dat ondanks het ontbreken van eigendom, de verhuurster de woning feitelijk in bezit heeft en de mondelinge huurovereenkomst rechtsgeldig is. De huurder is gehouden tot betaling van de achterstallige huur en ontruiming van de woning. Het spoedeisend belang is aanwezig vanwege de omvang van de huurachterstand en het feit dat de huurder nog steeds in de woning verblijft zonder betaling.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een dwangsom en machtiging tot ontruiming met de sterke arm bij niet-naleving. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De beschikking van de Huurcommissie blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand van NAf 16.200,- plus rente en proceskosten.