Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
NAf 1.000,00 +
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een Venezolaanse zonder geldige verblijfstitel, werd op 7 september 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld en verbleef op de vrouwenafdeling van de SDKK. Vanaf 9 september 2022 werd zij in volledige isolatie geplaatst, zonder menselijk contact, recreatie of buitenlucht.
Eiseres vorderde opheffing van de vreemdelingenbewaring en een schadevergoeding wegens emotionele schade door de isolatie. Het Land Curaçao stelde dat de inbewaringstelling rechtmatig was en dat de schadevergoeding onvoldoende was onderbouwd. Tijdens de procedure werd de vordering tot opheffing van de bewaring ingetrokken omdat deze reeds was opgeheven.
Het gerecht oordeelde dat hoewel de inbewaringstelling zelf niet ter discussie stond, het regime van volledige isolatie onrechtmatig was en in strijd met artikel 5 EVRM Pro. Hierdoor had eiseres immateriële schade geleden. Het gerecht kende een voorschot van NAf 300 toe, gebaseerd op een redelijke dagvergoeding van NAf 25 voor de periode van 9 tot en met 21 september 2022.
De Procureur-Generaal werd niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbevoegdheid in civiele zaken. Het Land werd veroordeeld tot betaling van het voorschot, proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het Land Curaçao is veroordeeld tot betaling van een voorschot van NAf 300 op immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige geïsoleerde vreemdelingenbewaring.