ECLI:NL:OGEAC:2022:287
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg vaststellingsovereenkomst en afwijzing loonvordering na beëindiging arbeidsovereenkomst
Verzoeker was sinds 2004 werkzaam als interim-general manager bij ACU en trad in 2005 in dienst voor onbepaalde tijd. Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 2012 werd zijn dienstverband door ACU beëindigd, wat leidde tot meerdere procedures over de geldigheid van het ontslag en loonbetaling.
Op 30 mei 2013 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen dat de loondoorbetalingsverplichting van ACU zou eindigen per die datum, onder voorbehoud van de uitkomst van een lopende kortgedingprocedure. Verzoeker stelde later dat de overeenkomst slechts opschorting betrof en dat de loonbetaling moest herleven per 9 januari 2015, datum van een arrest van de Hoge Raad.
Het gerecht oordeelde dat de tekst en omstandigheden van de vaststellingsovereenkomst duidelijk maken dat de loondoorbetalingsverplichting definitief eindigde op 30 mei 2013. Het beroep van verzoeker op wijziging, ontbinding of vernietiging van de overeenkomst op grond van redelijkheid en billijkheid, onvoorziene omstandigheden of dwaling werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn loonvordering en veroordeeld in de proceskosten. Het gerecht bevestigde dat verzoeker aanvankelijk niet de intentie had om het dienstverband voort te zetten en dat latere veranderde inzichten niets afdoen aan de rechtsgeldigheid van de vaststellingsovereenkomst.
Uitkomst: De loondoorbetalingsverplichting van ACU eindigde definitief per 30 mei 2013 en verzoekers loonvordering wordt afgewezen.