ECLI:NL:OGEAC:2022:317
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering naamscorrectie erfpachter in openbare registers Kadaster Curaçao
Eiser vordert dat in de openbare registers van het Kadaster Curaçao de erfpachter wordt vermeld met zijn achternaam in plaats van 'Batta', zoals vermeld in de notariële erfpachtsakte van 1961. Hij stelt dat de naam Batta onjuist is en dat zijn moeder ten onrechte deze naam aan de notaris heeft doorgegeven, mede gelet op culturele overwegingen en vermeende fouten in de burgerlijke stand.
Het Kadaster voert verweer en stelt dat de erfpachtsakte dwingend bewijs levert van de naam Batta als erfpachter en dat het Kadaster slechts een lijdelijke rol heeft bij het inschrijven van gegevens, zonder zelfstandige bevoegdheid tot correctie. De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd tegen het dwingend bewijs van de notariële akte en dat zijn verhaal onwaarschijnlijk is, mede omdat de erfpachtakte een minderjarige met beroep 'olieman' vermeldt, wat niet strookt met zijn stellingen.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Tevens benadrukt de rechtbank dat een wijziging van de naam in de registers alleen kan plaatsvinden op basis van een notariële rectificatieakte of rechterlijke uitspraak, en dat het Kadaster niet kan worden veroordeeld tot wijziging op basis van de door eiser gestelde feiten.
Uitkomst: De vorderingen tot naamscorrectie in de openbare registers worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs en onwaarschijnlijkheid van het betoog.