Uitspraak
RBC ROYAL BANK N.V.,
1.Het procesverloop
2.De feiten
Aanvaarding” het volgende:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, gehuwd buiten gemeenschap van goederen met wijlen [naam 2], heeft hypotheekrecht gevestigd ten behoeve van RBC Bank op haar onroerend goed als zekerheid voor een geldlening die alleen door wijlen [naam 2] is aangegaan. Na het overlijden van [naam 2] en het uitblijven van betaling door de erfgenamen, heeft RBC Bank aangekondigd het onroerend goed van eiseres te executeren.
Eiseres vordert in kort geding dat de bank wordt verboden tot executie over te gaan, stellende dat zij geen betalingsverplichting heeft en dat de bank misbruik van recht maakt. Het gerecht oordeelt dat de bank op grond van artikel 3:268 BW Pro bevoegd is tot openbare verkoop van het onder hypotheekrecht vallende goed, ook al is eiseres zelf geen schuldenaar.
De vermeerdering van eis door eiseres tijdens de zitting en enkele producties zijn buiten beschouwing gelaten wegens strijd met goede procesorde en niet tijdige indiening. Het beroep op misbruik van recht wordt verworpen omdat de bank de erfgenamen heeft aangemaand en er geen aanwijzingen zijn dat andere incassomiddelen beschikbaar waren.
Het gerecht weegt het belang van de bank om haar vordering te verhalen zwaarder dan het belang van eiseres om een veiling te voorkomen, mede omdat eiseres niet heeft onderbouwd dat de erfgenamen spoedig zullen voldoen. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op executie van het onroerend goed wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.