Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
2. [EISER SUB 2],
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze kortgedingprocedure vorderen Virae Management B.V. en een medebestuurder (gezamenlijk Virae c.s.) de opheffing van conservatoire beslagen die door de stichting SBGOK zijn gelegd. SBGOK behartigt de belangen van gedupeerden van online kansspelen en heeft beslag gelegd vanwege een vordering uit hoofde van vermeende niet-uitbetaling van gewonnen bedragen bij het online casino Trbet.com.
Virae c.s. betwisten de bestuurdersaansprakelijkheid en stellen dat de vordering van SBGOK onvoldoende is gesubstantieerd. SBGOK voert aan dat de vordering aannemelijk is en dat het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag zwaarder weegt dan het belang van Virae c.s. bij opheffing.
Het gerecht overweegt dat in kort geding een belangenafweging moet plaatsvinden en dat niet vereist is dat de vordering volledig wordt bewezen, maar wel dat niet summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk is. Het gerecht oordeelt dat de vordering van SBGOK niet summierlijk ondeugdelijk is gebleken, ook niet ten aanzien van bestuurdersaansprakelijkheid. Daarnaast is niet gebleken dat het beslag onnodig is of dat er voldoende zekerheid is gesteld.
Virae c.s. hebben onvoldoende belang bij opheffing van het beslag gesteld, terwijl het belang van SBGOK bij handhaving van het beslag prevaleert om verhaal van de vordering in de bodemprocedure mogelijk te maken. De vordering tot opheffing van het beslag en het verbod op verdere beslagen wordt daarom afgewezen. Virae c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de conservatoire beslagen wordt afgewezen en Virae c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.