Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
verzoekster,
gemachtigde: mr. W. ten Veen,
verweerster,
gemachtigde: mrs. S. Terpstra en K.A. Doekhi.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De zaak betreft een verzoek van Ennia Caribe Holding N.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer, [verweerster], naar aanleiding van haar handelen rondom het overlijden van een collega. Ennia stelde dat [verweerster] onzorgvuldig had gehandeld door de wens van de overleden collega door te geven aan de leidinggevende, en dat zij hem had aangezet tot liegen door een ziekmelding voor te stellen. Tevens werd een eerdere problematische houding van [verweerster] aangevoerd.
Tijdens de mondelinge behandeling en in de beoordeling stelde het gerecht vast dat het gedrag van [verweerster] niet direct verband hield met haar werkzaamheden en geen schending van interne gedragsregels betrof. Het doorgeven van de boodschap werd gezien als een beschermende handeling richting de leidinggevende, en de suggestie tot ziekmelding was een reactie op diens vraag. Ook de uitlating dat de leidinggevende een slachtofferrol aanneemt viel binnen de vrijheid van meningsuiting.
De eerdere incidenten uit 2001/2002 en 2009 werden als te ver in het verleden beschouwd en konden geen aanleiding zijn voor ontbinding. Het gerecht concludeerde dat er geen sprake was van veranderde omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek van Ennia afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbreken van gewichtige reden.