Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 31 maart 2022 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie, met producties.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De eiser en gedaagde sloten een tijdelijke huurovereenkomst voor een appartement. De eiser klaagde na afloop over onhygiënische omstandigheden en gezondheidsklachten door het drinken van grondwater, en verbleef tijdelijk elders. De gedaagde ontkende de klachten en stelde dat het appartement schoon was en dat drinkwater beschikbaar was.
De eiser plaatste negatieve berichten op sociale media, waarop de gedaagde een verbod vorderde en schadevergoeding wegens reputatieschade. Het gerecht oordeelde dat de eiser zijn schadevordering onvoldoende had onderbouwd, mede gezien de betwisting en het feit dat klachten pas laat werden gemeld.
Het verbod op het zwartmaken werd toegewezen omdat de eiser dit onrechtmatig had gedaan zonder aanleiding. De dwangsom werd gematigd vastgesteld. De gedaagde vorderde ook kosten, waarvan een deel werd afgewezen wegens onvoldoende causaliteit. De eiser werd veroordeeld in de werkelijke proceskosten van de gedaagde wegens het instellen van een kansloze vordering.
Uitkomst: De schadevergoedingsvordering wordt afgewezen en een verbod op het zwartmaken met dwangsom wordt toegewezen.