Uitspraak
1.[EISER SUB 1],
[EISERES SUB 2],
[EISER SUB 3],
FATUM GENERAL INSURANCE N.V.,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De erfgenamen van de overleden eigenaar van een pand vorderden vergoeding van brandschade op basis van een Perfect Woonhuisverzekering afgesloten bij Fatum General Insurance N.V. De moeder van eisers had eerder een opstalverzekering uit 1986 en later een woonhuisverzekering afgesloten. Na een brand in 2019 op de benedenverdieping, die was verhuurd voor bedrijfsmatige kookactiviteiten, stelde Fatum dat de dekking was opgeschort omdat de wijziging van bestemming niet was gemeld zoals vereist in de polisvoorwaarden.
De rechter oordeelde dat de vordering uitsluitend op de woonhuisverzekering kon worden gebaseerd, omdat de opstalverzekering uit 1986 was beëindigd in 2012. De bedrijfsmatige verhuur wijzigde de bestemming van het pand, wat niet aan Fatum was gemeld, waardoor de dekking volgens artikel 7.2 sub c van de polisvoorwaarden was opgeschort. Het beroep van eisers op redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW Pro) om deze opschorting buiten toepassing te laten, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Ook indien de schade gedekt zou zijn, zou Fatum niet gehouden zijn tot schadevergoeding in natura. De vorderingen werden daarom afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van brandschade wordt afgewezen wegens opschorting van de dekking door niet-melding van wijziging bestemming.