Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.[EISER SUB 1],
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen om op eigen kosten en binnen vierentwintig uren na het te wijzen vonnis, dan wel binnen vierentwintig uren na betekening van het vonnis, het door [gedaagde] op het onroerend goed, plaatselijk bekend als […], op te heffen en de registratie van het beslag in de openbare registers te doen doorhalen, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare en te verbeuren boete van NAf 1.000 per dag of dagdeel dat [gedaagde] aan de door het gerecht te formuleren veroordeling geen gevolg geeft;
- [eisers] zowel gezamenlijk als afzonderlijk te machtigen om het bewuste beslag op te heffen en de inschrijving daarvan door te halen, indien [gedaagde] daartoe niet binnen drie dagen na betekening van dit vonnis is overgegaan;
- te bepalen dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van [gedaagde] die tot opheffing van het beslag en de doorhaling van de inschrijving daarvan gehouden is, onder veroordeling van [gedaagde] tot onmiddellijke vergoeding aan [eisers] van de kosten van opheffing en doorhaling van het beslag van NAf 675 en
- met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.