Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.[gedaagde sub 1 in conventie],
[gedaagde sub 2 in conventie],
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres en gedaagde 1 zijn een huurovereenkomst aangegaan voor een woning te Curaçao, met een huurprijs van NAf 1.800 per maand. Na toestemming van de Huurcommissie om de huur te beëindigen per 1 maart 2020, verlieten gedaagden de woning, maar leverden de sleutels niet in en betaalden geen huurachterstand.
Eiseres vorderde betaling van achterstallige huur, energiekosten en afvalstoffenbelasting, alsmede afgifte van de sleutels. Gedaagden betwistten onder meer de omvang van de huurachterstand en stelden dat de huurovereenkomst was geëindigd door het verlaten van de woning en het achterlaten van de sleutels bij de buurvrouw.
Het gerecht oordeelde dat de huurovereenkomst niet automatisch eindigt zonder sleuteloverdracht aan de verhuurder, waardoor de huurbetalingsverplichting bleef bestaan. De huurachterstand vanaf april 2019 tot juni 2021 werd toegewezen, evenals de kosten van water/elektra en afvalstoffenbelasting. Het beroep op matiging wegens Covid-19 werd afgewezen. De reconventionele vordering van gedaagden tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van huurachterstand, energiekosten en afvalstoffenbelasting en in de proceskosten.