Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift ter griffie ingediend op 18 november 2020;
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van huurpenningen en incassokosten, stellende dat zij een volmacht heeft van de volmachtgever om de procedure te voeren en de bedragen te innen. Gedaagde betwist de geldigheid en reikwijdte van de volmacht.
Het gerecht stelt vast dat de overgelegde volmachten niet toereikend zijn om eiseres te machtigen in eigen naam en ten behoeve van de volmachtgever de procedure te voeren. De volmachten geven slechts bevoegdheid om namens volmachtgever op te treden, niet in eigen naam. Ook is geen last tot incasso op eigen naam aangetoond.
Daarom wordt eiseres niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. De inhoudelijke behandeling van de vorderingen en het verweer behoeft geen verdere bespreking. De proceskosten worden verdeeld: eiseres wordt veroordeeld in de kosten van gedaagde en gedaagde in de kosten van eiseres voor de reconventionele vordering, die niet ontvankelijk is.
De beslissing is dat de vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden toegewezen zoals begroot. Het vonnis is gewezen door rechter U.I.D. Luydens en uitgesproken op 14 februari 2022.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontoereikende volmacht en vorderingen worden afgewezen.