Eiser vorderde een verklaring voor recht dat hij eigenaar of rechthebbende tot erfpacht was van een strook grond en een aangrenzend perceel, welke eigendom zijn van het Land Curaçao. Het geschil betrof een burenruzie over de eigendom en het gebruik van deze percelen. Het Land Curaçao werd als derde partij in het geding betrokken.
Het gerecht stelde vast dat de strook en het perceel eigendom zijn van het Land Curaçao en dat de erfpacht op het perceel aan gedaagde is verleend. Eiser had geen bewijs geleverd van verkrijgende verjaring van eigendom of erfpacht, mede omdat geen canon werd betaald en er geen sprake was van bezit met goede trouw. Daarnaast was eiser slechts houder van het perceel dat hij gebruikte.
Het gerecht concludeerde dat eiser zich niet als eigenaar of erfpachter kon opstellen tegenover gedaagde en het Land. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.