Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[eiser],
de minister van Justitie,
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, een Venezolaanse vreemdeling, werd op 4 september 2022 in bewaring gesteld na illegale poging Curaçao binnen te reizen. Verweerder besloot hem als ongewenste vreemdeling aan te merken met verwijdering uiterlijk 4 oktober 2022. Eiser diende een beschermingsverzoek in op grond van artikel 3 EVRM Pro, waarna de verwijdering tijdelijk werd opgeschort.
Verweerder toetste de voortzetting van de inbewaringstelling op 13 december 2022 en oordeelde dat verwijdering naar verwachting uiterlijk 4 januari 2023 zou plaatsvinden. Eiser onttrok zich op 15 januari 2023 aan zijn bewaring. Het Gerecht oordeelde dat tot dat moment nog zicht was op verwijdering en de voortzetting van de inbewaringstelling dus rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat de inbewaringstelling na 4 oktober 2022 onrechtmatig was vanwege het ontbreken van zicht op verwijdering en onvoldoende motivering door verweerder. Het Gerecht verwierp deze gronden en stelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd en zorgvuldig had gehandeld volgens het beleid in de Herziene instructie Gezaghebbers (HIG).
De uitspraak bevestigt dat het enkele feit van een beschermingsverzoek niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de inbewaringstelling zolang er nog zicht is op verwijdering binnen de termijn van zes maanden. Het beroep is ongegrond verklaard en de inbewaringstelling tot aan de onttrekking aan bewaring als rechtmatig beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de inbewaringstelling is ongegrond verklaard omdat er tot aan onttrekking zicht was op verwijdering.