Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Wettelijk kader
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Bezwaarfase
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kocht in 2008 een onroerende zaak en ontving meerdere aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) in de jaren voorafgaand aan 2015. Voor het jaar 2015 werd op 30 december 2020 een navorderingsaanslag opgelegd. Belanghebbende stelde dat zij op grond van de overgangsbepaling van de Landsverordening belastingmaatregelen 2019 geen aangifteplicht had, omdat zij in de voorgaande vijf jaar meerdere aanslagen had ontvangen.
De Inspecteur stelde dat op basis van artikel 10a lid 5 LOZB een navorderingsaanslag kon worden opgelegd vanwege het niet voldoen aan de aangifteplicht. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende geen aangifteplicht had volgens de overgangsbepaling, omdat zij in de afgelopen vijf jaar drie aanslagen had ontvangen en dus bekend was bij de Inspecteur. Hierdoor geldt de vijfjaarstermijn van artikel 10 LOZB Pro onverkort.
De navorderingsaanslag was buiten deze vijfjaarstermijn opgelegd en moest daarom vervallen. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag OZB 2015 is vernietigd omdat deze buiten de vijfjaarstermijn is opgelegd en belanghebbende geen aangifteplicht had op grond van de overgangsbepaling.