Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2023:281

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
3 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
CUR202302944
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering doorbetaling achterstallig loon en voortzetting betaling tijdens arbeidsovereenkomst

Eiseres is sinds 1995 in dienst bij Bala Productions N.V. als administratieve kracht en ontvangt sinds juli 2023 geen salaris meer. Ondanks aanmaningen heeft Bala niet betaald en wijst op een penibele financiële situatie en mogelijke reorganisatie of faillissement.

Eiseres vordert in kort geding betaling van het achterstallig loon vanaf juli 2023, doorbetaling zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, en vertragingsrente. Bala erkent de arbeidsovereenkomst en het niet betalen van loon, maar beroept zich op financiële problemen en beraadt zich op ontslag of faillissement.

Het gerecht oordeelt dat de financiële situatie van Bala haar niet ontslaat van de betalingsverplichting zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt. De vordering wordt toegewezen met een matiging van de wettelijke verhoging tot 10%. Bala wordt veroordeeld tot betaling van het loon, wettelijke rente en proceskosten, en de veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Bala Productions N.V. wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon vanaf juli 2023 en doorbetaling zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202302944
Vonnis in kort geding van 3 november 2023
in de zaak van
[EISERES],wonend in Curaçao,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. M.A. van den Berg,
tegen
de naamloze vennootschap
BALA PRODUCTIONS N.V.,
gedaagde,
hierna te noemen: Bala,
gevestigd in Curaçao,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 1].

1.Het procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit:
• het verzoekschrift van 13 september 2023,
• de mondelinge behandeling van 20 oktober 2023, waarbij [eiseres], bijgestaan door haar gemachtigde, en Bala, vertegenwoordigd door [naam 1] voornoemd, zijn verschenen,
• de pleitnotities van Bala.
1.2
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
Bala is de uitgever van een dagblad.
2.2 [
eiseres] is sinds 3 juli 1995 op grond van een arbeidsovereenkomst bij Bala in dienst als administratieve kracht, laatstelijk tegen een salaris van NAf 935,- bruto per maand.
2.3
Met ingang van juli 2023 heeft [eiseres] geen salaris ontvangen.
2.4
Bij brief van 14 augustus 2023 heeft [eiseres] Bala gemaand om haar salaris over de maand juli 2023 uit te betalen. Bij e-mailbericht van 21 augustus 2023 heeft Bala daarop gereageerd dat de financiële situatie penibel is, en dat geprobeerd wordt om op korte termijn tot betaling van het salaris over te gaan. Dat is tot heden niet gebeurd.

3.De vordering en de standpunten van partijen

3.1 [
eiseres] vordert dat het gerecht, bij vonnis in kort geding, en uitvoerbaar bij voorraad:
a. Bala veroordeelt om het achterstallig loon van [eiseres] te betalen, zijnde NAf 888,55 netto per maand (NAf 935,- bruto) vanaf juli 2023 en voorts het loon over iedere daaropvolgende maand die reeds is verstreken, vermeerderd met de vertragingsrente, alsmede de wettelijke rente tot de dag der algehele voldoening,
b. Bala veroordeelt om het loon van NA 888,55 netto per maand (NAf 935,- bruto) door te betalen aan [eiseres] zolang de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt, in dier voege, dat het vonnis in kort geding een executoriale titel vormt voor het nog te verschijnen loon voor zover uitbetaling daarvan uitblijft.
c. Kosten rechtens.
3.2 [
eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst geldt, en dat Bala niet voldoet aan de voor haar daaruit voortvloeiende verplichtingen om het salaris van [eiseres] te betalen.
3.3
Bala heeft erkend dat [eiseres] jarenlang bij haar in dienst is, en dat aan haar sinds juli 2023 geen salaris is betaald. Bala heeft in dit verband aangevoerd dat de financiële situatie van de onderneming zodanig is verslechterd, dat, om het hoofd boven water te kunnen houden, de bedrijfsvoering radicaal moet worden omgegooid. In plaats van het verspreiden van nieuws via kranten, zal dat digitaal moeten gaan gebeuren. De werkzaamheden van de medewerkers met uitzondering van de directeur zijn sinds enige maanden stilgelegd. Bala verzoekt om tijd om zich te beraden of ten behoeve van [eiseres] een ontslagvergunning zal worden aangevraagd, of dat de ontwikkelingen tot een faillissement moeten leiden.

4.De beoordeling

4.1
Bala heeft op zichzelf niet betwist dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst geldt, uit hoofde waarvan Bala aan [eiseres] salaris dient te betalen, en dat Bala dat met ingang van juli 2023 niet heeft gedaan. De door Bala geschetste financiële omstandigheden, hoe precair wellicht ook, en de omstandigheid dat Bala zich beraad op welke wijze een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst, ontslaan Bala niet uit de voor haar uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen, zolang deze overeenkomst nog voortduurt. Bala heeft de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente niet bestreden. De vordering komt dan ook op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking, met de gebruikelijke matiging van de wettelijke verhoging tot 10%.
4.2
Als de in het ongelijk gestelde partij dient Bala te worden veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van [eiseres] begroot op NAf 450,- aan griffierechten, NAf 314,50 aan explootkosten en NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris.

5.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
5.1
veroordeelt Bala om aan [eiseres] te betalen het tussen partijen overeengekomen loon van NAf 935,- bruto per maand, met ingang van 1 juli 2023, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is wijze is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, tot een maximum van 10%, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der voldoening;
5.2
veroordeelt Bala in de proceskosten, die aan de zijde van [eiseres] worden begroot op NAf 1.764,50;
5.3
verklaart de veroordelingen tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.