Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2023:287

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
CUR202202935
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:166 BWArt. 12 Procesreglement 2023
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en eenvoudige gemeenschap van woning

De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de eenvoudige gemeenschap van de woning tussen een vrouw en een man na ontbinding van hun huwelijk. Het gerecht heeft zich gebaseerd op een tussenvonnis van 11 september 2023 en een mondelinge behandeling op 9 november 2023. De vrouw heeft een deel van haar vorderingen ingetrokken. De geschilpunten betreffen onder meer de waarde en toedeling van inboedelgoederen, de auto, pensioenrechten, bankrekeningen en de woning.

De inboedelgoederen worden gewaardeerd op een gemiddelde van de door partijen geschatte bedragen, namelijk NAf 9.310,-. De vrouw wenst geen toedeling van deze goederen, terwijl de man dat wel wil, maar zonder direct geld voor de helft van de waarde. De auto, een Pick-up, wordt gewaardeerd op NAf 2.000,- en zal aan de man worden toegedeeld. Pensioenrechten ten behoeve van de vrouw zijn niet opgebouwd volgens een late productie van de man, die het gerecht toch zal betrekken.

De bankrekeningen bij MCB Bank en Orco Bank worden bij helfte verdeeld, waarbij het saldo van Orco Bank wordt verminderd met de koopsom van de woning. De woning zelf valt niet in de huwelijksgoederengemeenschap maar in een aparte gemeenschap en zal worden verkocht, aangezien de man niet kan financieren om deze te behouden. Beide partijen stemmen in met het inschakelen van een makelaar, voorgesteld door het gerecht. Kosten voor onderhoud en gebruiksvergoeding zullen met de verkoopopbrengst worden verrekend.

De man stelt dat de vrouw bedrog pleegde bij de echtscheiding en vraagt een afwijkende verdeling van de woningwaarde, maar dit wordt door het gerecht afgewezen omdat geen materiële schade is vastgesteld. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissingen en partijen krijgen gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over diverse punten.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor verdere schriftelijke uitlatingen en de woning zal worden verkocht met verrekening van kosten en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202202935
Vonnis van 27 november 2023
in de zaak van
[EISERES],wonend in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.S. Vierbergen,
Partijen zullen hierna de vrouw en de man worden genoemd.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
- het vonnis van 11 september 2023 (hierna: het tussenvonnis),
- de mondelinge behandeling op 9 november 2023, waar zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun respectieve gemachtigden, en mevrouw Hodge, tolk voor de vrouw.
1.2.
Vonnis is bepaald op 8 januari 2024, maar wordt vandaag bij vervroeging uitgesproken.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het gerecht volhardt bij het tussenvonnis.
2.2.
De vrouw heeft haar vordering sub e ingetrokken.
2.3.
In het tussenvonnis is ten aanzien van alle activa van de huwelijksgoederengemeenschap en ten aanzien van de eenvoudige gemeenschap bestaande uit de woning overwogen welke informatie het gerecht nog van partijen behoeft alvorens tot een verdeling kan worden gekomen. Tijdens de mondelinge behandeling is de zaak aan de hand van het tussenvonnis met partijen besproken. In het navolgende zullen in aansluiting op het tussenvonnis de geschilpunten tussen partijen nader worden beoordeeld.
de inboedelgoederen
2.4.
De man stelt dat bepaalde inboedelgoederen – radio, tv, ijskast – die zich in de woning bevinden, niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren omdat hij die na de ontbinding daarvan heeft gekocht. De vrouw bestrijdt dat, volgens haar vervangen die goederen vergelijkbare goederen die in de huwelijksgoederengemeenschap vielen en vallen daarom ook die vervangende goederen daarin. Gezien hetgeen hierna wordt overwogen over de waarde van de inboedelgoederen en de toedeling daarvan, kan dat – in elk geval vooralsnog – in het midden blijven.
2.5.
Partijen hebben wat betreft de waarde van de inboedelgoederen die tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren, hun eerder ingenomen standpunten gehandhaafd. Volgens de vrouw bedraagt die waarde NAf 11.355,- en volgens de man NAf 7.265,-. Die bedragen zijn niet onderbouwd. Het betreft schattingen, geen van partijen heeft een taxatie laten verrichten.
2.6.
Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat een taxatie van de inboedelgoederen in verhouding tot de waarde kostbaar en dus niet verantwoord lijkt. Het gerecht zal dan ook geen taxateur benoemen, maar de waarde vaststellen op een bedrag van NAf 9.310,-, het gemiddelde van de door partijen geschatte bedragen.
2.7.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw verklaard dat zij geen toedeling van de inboedelgoederen aan haar wenst. Zij woont namelijk op een kamer bij iemand in en heeft geen ruimte voor de inboedelgoederen.
2.8.
De man heeft verklaard dat hij de inboedelgoederen toegedeeld wenst te krijgen, zij het dat hij geen geld heeft voor de voldoening van de helft van de waarde aan de vrouw. Aannemelijk is naar het oordeel van het gerecht dat dat laatste anders zal worden na de verkoop van de woning.
2.9.
Ten tijde van zijn verklaring dat hij de toedeling aan hem wenste van de inboedelgoederen, verkeerde de man in de veronderstelling dat hij in de woning zou kunnen blijven wonen. Later tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de man dat financieel niet mogelijk acht, zodat de woning zal moeten worden verkocht. De man zal in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of hij inderdaad toedeling van de inboedelgoederen aan hem wenst, ook nu duidelijk is geworden dat de woning niet aan hem zal worden toegedeeld.
2.10.
Ingeval van een ontkennend antwoord, zullen de inboedelgoederen moeten worden verkocht en de verkoopopbrengst bij helfte moeten worden verdeeld.
de auto’s
2.11.
In de huwelijksgoederengemeenschap valt één auto, een Pick-up. De man heeft deze onder zich en wenst de toedeling van die auto aan hem.
Volgens de man is de waarde daarvan NAf 2.000,-. Dat heeft de vrouw niet betwist, laat staan gemotiveerd betwist, zodat van die waarde zal worden uitgegaan.
2.12.
Tijdens het huwelijk hadden partijen nog een andere auto, maar deze is tijdens het huwelijk verkocht. De koopsom wordt daarom geacht in de huwelijksgoederengemeenschap te zijn gevloeid, nu het tegendeel is gesteld noch gebleken. Die auto althans de waarde daarvan behoeft dus niet (separaat) te worden verdeeld.
de pensioenrechten
2.13.
Volgens de brief d.d. 8 november 2023 van Guardian Group Fatum Life, die de man als aanvullende productie in het geding heeft gebracht, is ten behoeve van de vrouw geen ouderdoms- en weduwepensioen opgebouwd.
2.14.
Deze productie is, gelet op artikel 12 Procesreglement Pro 2023, niet tijdig in het geding gebracht. De vrouw heeft zich ter zake gerefereerd aan het oordeel van het gerecht. Het gerecht heeft beslist dat deze productie bij de beoordeling zal worden betrokken. De vrouw zal echter in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte alsnog omtrent deze brief uit te laten, zo zij daaraan behoefte zou hebben.
saldi van diverse bankrekeningen
2.15.
Uitgangspunt is dat de saldi van de bankrekeningen op de datum van ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap bij helfte tussen partijen worden verdeeld.
2.16.
Partijen hadden bankrekeningen bij MCB Bank en Orco Bank.
2.17.
Gezien productie 6 bij de akte van 24 april 2023 van de man bedraagt het te verdelen saldo op de rekening bij MCB Bank NAf 23.053,51.
2.18.
Van de bankrekening bij MCB-Bank zijn nadien, dus na de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap, forse opnames gedaan.
2.19.
Partijen zijn het erover eens de man die opnames heeft gedaan.
De man stelt dat de betreffende bedragen ten goede zijn gekomen aan de vrouw. Zij heeft reizen naar familie in Santo Domingo gemaakt en is daar zeven maanden lang gebleven, de man heeft via Western Union grote bedragen naar Santo Domingo gestuurd en de vrouw heeft veel geld besteed aan de aankoop van allerhande goederen, waaronder kleding, die de vrouw naar haar familie in de Santo Domingo heeft verstuurd, aldus de man.
De vrouw betwist dat alles. Zij verklaart dat zij niet weet wat er met het geld is gebeurd. Zij heeft het niet besteed aan reizen en verblijf in Santo Domingo. De kleding die zij naar haar familie heeft verstuurd, betrof gebuikte kleding en heeft haar niets gekost. Volgens de man, in reactie op dat laatste, moest een gedeelte van de gebruikte kleding worden gekocht, zodat daaraan wel degelijk geld is besteed.
2.20.
Het saldo op de rekening bij MCB Bank op de datum van ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap zal bij helfte worden verdeeld. Voor een andere wijze van verdeling in afwijking van het hierboven (r.o. 2.15) weergegeven uitgangspunt bestaat geen grond.
2.21.
De bedragen die zijn opgenomen van de bankrekening bij MCB-Bank en die volgens de man aan de vrouw ten goede zijn gekomen, zijn opgenomen na de datum van ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap. Daarom zijn deze voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap niet relevant. Ook overigens zijn die opnames niet relevant voor de beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie.
2.22.
Ten overvloede wordt nog het volgende overwogen. Ook als de bedragen die zijn opgenomen van de rekening bij MCB Bank wel aan de vrouw ten goede zouden zijn gekomen, valt niet in te zien op welke juridische grondslag een eventuele vordering van de man jegens de vrouw in verband met die opnames toewijsbaar zou kunnen zijn. De man heeft die bedragen immers zelf opgenomen en deze aan de vrouw ter beschikking gesteld respectievelijk ten behoeve van de vrouw aangewend. Daaruit moet worden afgeleid dat hij toentertijd daarmee instemde.
2.23.
Van het saldo op de rekening bij Orco Bank is na de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap de koopsom van de woning voldaan. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 november 2023 is met partijen besproken dat het saldo op de rekening van Orco Bank op de datum van ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap moet worden verminderd met de koopsom van de woning en dat het dan resterende bedrag bij helfte moet worden verdeeld. Dat saldo was NAf 153.102,89, de koopsom NAf 65.000,-, zodat te verdelen is NAf 88.102,89.
de woning
2.24.
Zoals reeds in het tussenvonnis is overwogen, valt de woning aan het adres [adres] niet in de huwelijksgoederengemeenschap, maar in een aparte gemeenschap als bedoeld in artikel 3:166 Burgerlijk Pro Wetboek, met de vrouw en de man als deelgenoten.
2.25.
In het kader van de verdeling van die gemeenschap zal de woning moeten worden verkocht. De vrouw wenst niet dat de woning aan haar wordt toegedeeld. De man heeft een sterke voorkeur voor toedeling van de woning aan hem, maar kan dat niet betalen of financieren, zoals hij tijdens de mondelinge behandeling op 9 november 2023 concludeerde. De woning zal daarom moeten worden verkocht.
2.26.
Beide partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven dat het de voorkeur verdient dat voor de verkoop van de woning een makelaar wordt ingeschakeld en hebben het gerecht verzocht een makelaar voor te stellen. Het gerecht stelt als makelaar voor: Top Makelaar Curaçao, Caracasbaaiweg 199A, Willemstad, Curaçao.
Partijen zullen zich erover kunnen uitlaten – bij voorkeur na onderling overleg – of zij ermee instemmen dat zij deze makelaar opdracht geven tot taxatie en verkoop van de woning. Indien zij niet instemmen met deze door het gerecht voorgestelde makelaar, wordt partijen verzocht – wederom bij voorkeur na onderling overleg – een andere makelaar voor te stellen.
2.27.
Wat betreft de vraagprijs voor de woning zullen partijen zich aan het advies van de makelaar conformeren.
2.28.
Met de makelaar die de taxatie- en verkoopopdracht krijgt, zullen partijen zelf overleg moeten plegen over de voorwaarden van hun opdracht en zij zullen zelf die opdracht moeten geven. Het gerecht heeft geen contact met enige makelaar gehad.
2.29.
De man maakt aanspraak op een vergoeding voor de kosten die hij heeft gemaakt voor het onderhoud en de verbetering van woning. Hij zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag welke kosten hij heeft gemaakt en die stelling te onderbouwen. Die kosten zullen met de opbrengst van de woning dienen te worden verrekend.
2.30.
De vrouw maakt aanspraak op een gebruiksvergoeding over de periode dat de man met uitsluiting van de vrouw de woning heeft bewoond. Partijen zijn het erover eens dat de vrouw in oktober 2021 de woning definitief heeft verlaten, zodat zij over de periode sedertdien aanspraak heeft op een gebruiksvergoeding. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de hoogte van de gebruiksvergoeding. Ook de gebruiksvergoeding zal met de opbrengst van de woning dienen te worden verrekend.
2.31.
De man bepleit dat de waarde van de woning zodanig moet worden verdeeld dat hem meer dan de helft en de vrouw minder dan de helft van de waarde wordt toegedeeld. De rechtvaardiging daarvoor is wat hem betreft gelegen in het gestelde bedrog door de vrouw bij de echtscheiding en de kosten die hij heeft gemaakt ten behoeve van de woning.
2.32.
Met betrekking tot dat door de man gestelde bedrog door de vrouw wordt overwogen dat dat bedrog – zo dat al zou komen vast te staan, de vrouw weerspreekt dat de man niet van de echtscheiding op de hoogte was – geen grond vormt voor een verdeling als door de man bepleit. De woning is immers betaald met een bedrag afkomstig van een gezamenlijk bankrekening van de man en de vrouw bij Orco Bank en de koopsom is dus voor gelijke delen ten laste van hen beiden gekomen. Aangenomen moet worden dat de waarde van de woning ongeveer gelijk was aan de koopsom, zodat de man door die koop geen schade heeft geleden. Op bedrog door de vrouw – nogmaals, voor zover dat in rechte zou komen vast te staan – staat geen financiële sanctie in de vorm van een verdeling anders dan bij helfte, mede omdat de man door dat bedrog geen materiële schade heeft geleden, althans dat niet heeft gesteld. Dat de man, naar hij stelt, de woning niet samen met de vrouw zou hebben gekocht als hij had geweten dat hij was gescheiden, maakt dat niet anders.
Met betrekking tot de kosten die de man naar hij stelt ten behoeve van de woning heeft gemaakt, wordt overwogen dat die zullen worden verrekend (r.o. 2.29) en er is geen grond die gemaakte kosten ook bij de verdeling van de waarde in aanmerking te nemen. Dat zou dubbelop zijn.
tussenconclusie
2.33.
De huwelijksgoederengemeenschap bestaat uit:
inboedelgoederen NAf 9.310,- dan wel p.m. (verkoopopbrengst)
auto NAf 2.000,-
saldo MCB-Bank NAf 23.053,51
saldo Orco Bank minus Naf 65.000,- NAf 88.102,89
woning met verrekeningen p.m.
2.34.
De waarde van de eenvoudige gemeenschap bestaande uit de woning is gelijk aan de verkoopopbrengst van de woning, onder verrekening van de kosten die de man heeft gemaakt voor het onderhoud en de verbetering van woning en onder verrekening van de gebruiksvergoeding ten laste van de man en ten gunste van de vrouw en onder aftrek van de kosten van verkoop en levering.
ten slotte
2.35.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
8 januari 2024voor gelijktijdige aktes uitlating door de vrouw en de man, en wel de vrouw omtrent hetgeen is overwogen in r.o. 2.26 en 2.30 en door de man omtrent hetgeen is overwogen in r.o. 2.9, 2.26, 2.29 en 2.30,
3.2.
bepaalt dat partijen vervolgens gelegenheid zullen krijgen bij antwoordakte te reageren op de akte van de andere partij,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.