Eiseres vordert de opheffing van conservatoire beslagen die ruim twintig jaar geleden zijn gelegd op onroerende zaken behorende tot de onverdeelde nalatenschap van haar overleden vader. De beslagen waren gelegd door Centrum en KTC ten laste van haar inmiddels overleden broer, die mede-erfgenaam was. Inmiddels is de nalatenschap verdeeld onder de erfgenamen, waarbij de percelen aan andere erfgenamen dan de broer zijn toegedeeld.
Centrum en KTC beriepen zich op het gestuit zijn van de verjaring van hun vorderingen en het niet informeren over de verdeling, maar het gerecht oordeelt dat de beslagen niet meer kunnen leiden tot verhaal van hun vorderingen of tot toedeling van de percelen aan hen. De beslagen zijn gelegd op de percelen zelf, niet op het aandeel van de broer, en kunnen daarom niet leiden tot executoriale verkoop.
Het gerecht concludeert dat Centrum en KTC geen belang meer hebben bij handhaving van de beslagen, die dan ook moeten worden opgeheven. Centrum en KTC worden veroordeeld om de beslagen uiterlijk 31 januari 2024 op hun kosten op te heffen en door te halen, onder dreiging van een dwangsom. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten.