Sinds 2019 huurt de gedaagde een bedrijfspand van eiseres. Tijdens de coronacrisis werd de huurprijs tijdelijk verlaagd, maar sinds juli 2023 heeft gedaagde geen huur meer betaald. Eiseres sommeerde buitengerechtelijk tot betaling en ontruiming, waarna zij een kort geding startte.
Het gerecht oordeelt dat de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden vanwege een huurachterstand van vier maanden, ondanks dat de huurverlaging tot oktober 2023 van kracht bleef. Gedaagde heeft geen gegronde redenen aangevoerd om ontbinding te weerleggen en erkent de verstoorde huurrelatie.
Hoewel gedaagde bezwaar maakt tegen onmiddellijke ontruiming, acht het gerecht een termijn tot 31 maart 2024 redelijk. De huurachterstand wordt vastgesteld op NAf 6.650 na verrekening van een recente betaling. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is direct uitvoerbaar en voorziet in gedwongen ontruiming indien nodig.