ECLI:NL:OGEAC:2023:45

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
13 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
CUR202004440
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over hoeveelheid gefactureerd staal en deskundigenbericht gelast

In deze civiele zaak tussen Staal Antillen Heru B.V. (SAH) en Royal Holding Company II B.V. (RHC) staat centraal of de hoeveelheid staal die SAH aan RHC heeft gefactureerd daadwerkelijk in de gebouwen is verwerkt. Hoewel het niet meer achterhaald kan worden hoeveel staal feitelijk is gebruikt, zijn partijen het eens dat aan de hand van constructietekeningen (buigstaten) kan worden berekend hoeveel staal theoretisch verwerkt zou moeten zijn.

Het gerecht acht deze berekening essentieel voor de beoordeling van de vorderingen en gelast daarom een deskundigenbericht. Voorshands wordt volstaan met de benoeming van één deskundige die de hoeveelheid staal aan de hand van de constructietekeningen moet berekenen. Partijen krijgen de gelegenheid zich uit te laten over het aantal deskundigen, hun deskundigheid en de te benoemen persoon, alsmede over de vragen die aan de deskundige worden voorgelegd.

De kosten van de deskundige worden voorlopig ten laste van SAH gebracht, omdat zij stelt dat de hoeveelheid staal conform de constructietekeningen is gefactureerd. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rol van 10 april 2023 voor het nemen van een akte door beide partijen. Het vonnis is gewezen door rechter O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2023.

Uitkomst: Het gerecht gelast een deskundigenbericht en houdt verdere beslissing aan tot na nadere akte.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Afdeling Civiel
Zaaknummer: CUR202004440
Vonnis d.d. 13 maart 2023
inzake
de besloten vennootschap
STAAL ANTILLEN HERU B.V.,
gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.A. Diaz,
tegen
ROYAL HOLDING COMPANY II B.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.R. Hammoud.
Partijen zullen hierna SAH en RHC worden genoemd.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 28 november 2022, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de mondelinge behandeling op 17 januari 2023, waarbij namens SAH is verschenen de heer [naam 1], bestuurder, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Diaz, en waarbij namens RHC is verschenen de heer [naam 2], bestuurder, bijgestaan door de heer [naam 3], architect, en haar gemachtigde mr. Hammoud.
1.2.
Na de comparitie is de zaak pro forma aangehouden tot 14 februari 2023 om partijen in de gelegenheid te stellen tot een minnelijke regeling te komen.
1.3.
Per e-mail van 1 februari 2023 heeft mr. Diaz te kennen gegeven dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt en is verzocht om vonnis te wijzen.
1.4.
Vonnis is bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis van 28 november 2022 heeft het gerecht geoordeeld dat met het oog op de beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie nadere instructie van de zaak nodig is en een comparitie op 17 januari 2023 gelast.
2.2.
Tijdens de comparitie zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in r.o. 4.3 van het tussenvonnis van 28 november 2022 genoemde vragen.
2.3.
Tussen partijen is allereerst in geschil of de hoeveelheid staal die door SAH aan RHC is gefactureerd, daadwerkelijk in de gebouwen is verwerkt. Hoewel vast staat dat niet (meer) achterhaald kan worden hoeveel staal er feitelijk gebruikt is, zijn partijen het erover eens dat aan de hand van de constructietekeningen (buigstaten) berekend kan worden hoeveel staal er in theorie verwerkt zou moeten zijn. Aan de hand van die berekening kan beoordeeld worden of door SAH al dan niet teveel staal aan RHC in rekening is gebracht.
2.4.
Het gerecht acht de berekening van de hoeveelheid staal van belang voor de verdere beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie. Gelet hierop ziet het gerecht aanleiding om een deskundigenbericht te gelasten. Voorshands is het gerecht van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige.
2.5.
Aan de nog te benoemen deskundige zal in elk geval de vraag dienen te worden voorgelegd of hij aan de hand van de constructietekeningen (buigstaten) kan berekenen hoeveel staal in de gebouwen theoretisch in de gebouwen verwerkt zou moeten zijn.
2.6.
Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over aantal, deskundigheid en – bij voorkeur eensluidend – over de persoon van de te benoemen deskundige(n). Verder kunnen partijen zich uitlaten over de in r.o. 2.5 genoemde en mogelijk andere aan de deskundige(n) voor te leggen vra(a)g(en).
2.7.
Het gerecht is voornemens de kosten van de deskundige(n) ten laste van SAH te brengen, aangezien zij de partij is die stelt dat de hoeveelheid staal conform de constructietekeningen is gefactureerd aan RHC.
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van 10 april 2022 voor het nemen van een akte door beide partijen zoals bedoeld in r.o. 2.5 tot en met 2.7;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, bijgestaan door mr. M.M. Schalk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2023.