Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2023:78

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
13 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
CUR202201085
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:258 lid 1 BWArt. 1:263 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige op Curaçao

De minderjarige staat sinds 30 maart 2022 onder toezicht en is illegaal op Curaçao. De gezinsvoogd heeft nog geen contact kunnen leggen en de politie heeft hem nog niet kunnen oppakken, waardoor de geplande plaatsing in JJIC nog niet is gerealiseerd. Er zijn aanwijzingen dat het niet goed gaat met de minderjarige, wat voldoende aanleiding geeft om het toezicht en de uithuisplaatsing voort te zetten.

De moeder woont in Jamaica en er is geen draagkracht om de kosten van de plaatsing te dragen, deze zullen daarom ten laste van de Landskas komen. Het gerecht wijst het voorstel van de gezinsvoogd af om het toezicht op te heffen als de plaatsing niet binnen zes maanden wordt gerealiseerd, omdat de grond voor het toezicht nog steeds bestaat en de minderjarige behandeling nodig heeft.

De rechter acht het billijk dat de minderjarige eerst op de gesloten afdeling wordt opgenomen, zodat de betrokken instanties de mogelijkheid hebben een meer geschikte omgeving voor opname voor te bereiden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verlengt het toezicht en de plaatsing met zes maanden vanaf 30 maart 2023.

Uitkomst: Verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige met zes maanden, met kosten ten laste van de Landskas.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
zaaknummer: CUR202201085
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing d.d. 13 april 2023
inzake de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 in Curaçao

Belanghebbende: [moeder] (de moeder)

De procedure en het verzoek

De minderjarige staat sinds 30 maart 2022 onder toezicht. Op 2 maart 2023 is ingekomen een verzoek, vergezeld van een rapport van de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao (GVI), strekkende tot verlenging van het toezicht met 6 maanden en tot verlenging van de uithuisplaatsing.
Bij de mondelinge behandeling, op 29 maart 2023, is alleen de gezinsvoogd mw. S. Schoop namens de GVI. De uitspraak is bepaald op heden.

De beoordeling

De moeder woont in Jamaica. De minderjarige is illegaal op Curaçao. De gezinsvoogd heeft nog geen contact met hem gehad. De politie heeft hem nog niet kunnen oppakken en de plaatsing in JJIC is daarom nog niet gerealiseerd. Onduidelijk is waar de minderjarige is en er zijn aanwijzingen dat het niet goed met de minderjarige gaat. Voldoende aannemelijk is dan ook dat nog steeds sprake is van een situatie waarin de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige ernstig worden bedreigd en waarin de plaatsing dient te worden voortgezet. Met toepassing van art. 1:258 lid 1 BW Pro en art. 1:263 lid 1 BW Pro zullen daarom het toezicht en de plaatsing worden verlengd met zes maanden.
Het gerecht kan zich niet vinden in het voorstel van de GVI om het toezicht op te heffen als de plaatsing de komende zes maanden niet wordt gerealiseerd, welk voorstel wordt gedaan omdat er nu voor niets een plek bij JJIC is gereserveerd en er andere minderjarigen op de wachtlijst staan. De grond voor het toezicht bestaat immers nog steeds en de minderjarige heeft behandeling nodig. Daarin behoort het Land te voorzien door de minderjarige op te sporen, naar JJIC over te brengen en te doen behandelen. Het gerecht kan billijken dat de minderjarige eerst op de gesloten afdeling wordt opgenomen. Dat geeft de GVI, JJIC en de andere jeugdbeschermingsinstellingen de ruimte om eventueel een opname in een andere, meer geschikte omgeving voor te bereiden.
Niet gebleken is dat de moeder of minderjarige de kosten van de plaatsing kunnen dragen, zodat deze ten laste zullen moeten komen van de Landskas.

De beslissing

Het gerecht:
verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling van de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 in Curaçao met zes maanden, ingaande 30 maart 2023,
handhaaft de plaatsing van de minderjarige in JJIC te Curaçao,
bepaalt dat de kosten verbonden aan de plaatsing ten laste komen van de Landskas,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.F. Gerard, rechter, uitgesproken ter zitting van 13 april 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.