ECLI:NL:OGEAC:2023:94

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
26 april 2023
Zaaknummer
CUR202103917
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:10 BWArt. 5 onder 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oproeping niet-verschenen verweerder zonder bekende woon- of verblijfplaats

In deze civiele procedure bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao staat de oproeping van een niet-verschenen verweerder centraal. Verzoekster heeft aangegeven niet te weten waar verweerder zijn woonstede heeft, ondanks inschrijving in het bevolkingsregister op een adres in Curaçao. Het gerecht constateert dat verweerder feitelijk niet op dat adres woont, maar vermoedelijk in België verblijft, waardoor hij geen bekende woon- of verblijfplaats heeft.

Het gerecht verwijst naar artikel 1:10 Burgerlijk Pro Wetboek voor de definitie van woonstede en overweegt dat de oproeping van verweerder conform artikel 5 onder Pro 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet plaatsvinden door een deurwaarder met publicatie in het Antilliaans Dagblad en de Landscourant. Dit om verweerder alsnog in de procedure te betrekken.

De griffier wordt opgedragen deze oproeping te verzorgen voor de zitting van 2 mei 2023. De procedure wordt verder aangehouden, zodat na deze oproeping verdere beslissingen kunnen worden genomen. De beschikking is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 20 april 2023 door rechter O. Nijhuis.

Uitkomst: Verweerder wordt door deurwaarder opgeroepen met publicatie; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202103917
Beschikking d.d. 20 april 2023
Inzake
[VERZOEKSTER],
wonende in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam,
tegen
[VERWEERDER],
ingeschreven in het bevolkingsregister van Curaçao,
verweerder,
niet verschenen,
en
[BELANGHEBBENDE 1],
(kennelijk) wonende in België,
belanghebbende,
gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam,
en
de naamloze vennootschap
RBTT BANK N.V.,
gevestigd in Curaçao,
belanghebbende.,
gemachtigde: mr. H.W. Braam,
alsmede aanvankelijk
[BELANGHEBBENDE 2],
wonende in Curaçao,
belanghebbende,
verschenen in persoon,
Partijen zullen hierna met hun hun achternamen respectievelijk met hun bedrijfsnaam worden aangeduid.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 19 januari 2023 (hierna: de tussenbeschikking);
- de akte nadere onderbouwing met producties van [verzoekster], overgelegd op 9 maart 2023.
1.2.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling

2.1
Het gerecht volhardt bij de tussenbeschikking.
2.2
Daarbij heeft het gerecht de zaak verwezen naar de rol van 2 februari 2023 voor uitlating door [verzoekster] omtrent hetgeen is overwogen in r.o. 2.13 van die tussenbeschikking. Die rechtsoverweging luidt als volgt:
“2.13 Alvorens daartoe over te gaan, wenst het gerecht van [verzoekster] te vernemen of haar bekend is waar [verweerder] zijn woonstede, als bedoeld in artikel 1:10 BW Pro, heeft en zo ja wat deze is.”
Het woord ‘daartoe’ in deze rechtsoverweging heeft betrekking op het (alsnog) oproepen van [verweerder] door de griffier.
2.3
In haar genoemde akte nadere onderbouwing stelt [verzoekster] dat haar niet bekend is waar [verweerder] zijn woonstede - als bedoeld in artikel 1:10 Burgerlijk Pro Wetboek – heeft. In het bevolkingsregister staat [verweerder] ingeschreven op het [adres 1], aldus [verzoekster]; volgens het uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens staat dat adres overigens als volgt vermeld: ‘[adres 2]’. Volgens [verzoekster] heeft zij vernomen dat [verweerder] zou zijn gesignaleerd in België alsook op Curaçao.
2.4
Eerder in deze procedure is reeds voldoende komen vast te staan dat [verweerder] feitelijk niet woonachtig is op voornoemd adres, maar waarschijnlijk op een onbekend adres in België. Hij moet daarom worden geacht geen bekende woon- of verblijfplaats te hebben.
2.5
Dat alles in aanmerking genomen, ziet het gerecht aanleiding de griffier op te dragen [verweerder] door een deurwaarder conform artikel 5 onder Pro 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (met publicatie in het Antilliaans Dagblad en de Landscourant) te doen oproepen tegen de zitting van dinsdag 2 mei 2023 om 15.30 uur en in die oproeping te vermelden dat [verweerder] desgewenst de processtukken zal kunnen verkrijgen bij de griffier.
2.6
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

Het gerecht:
draagt de griffier op [verweerder] door een deurwaarder te doen oproepen tegen de zitting van
dinsdag 2 mei 2023 om 15.30 uurmet inachtneming van en op de wijze als is overwogen in rechtsoverweging 2.5,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 20 april 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.