ECLI:NL:OGEAC:2024:12

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
22 januari 2024
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
CUR202300807
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:307 BWArt. 3:310 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering dochter wegens verjaring saldo oud spaarbankboekje vader

In deze zaak vordert een dochter van haar vader het saldo van een oud spaarbankboekje. De dochter ontving in juni 2015 onverwacht een cheque van NAf 14.000 van haar vader, die verklaarde dat dit bedrag van een gezamenlijke spaarrekening was gehaald voor de aankoop van een truck. Toen zij om het spaarbankboekje vroeg, kreeg zij slechts de eerste en laatste pagina met een eindsaldo van NAf 101,42. Mutaties waren zichtbaar van 1992 tot 2000.

De dochter had zich in juni 2015 redelijkerwijs moeten realiseren dat de pensioenvoorziening niet op de rekening stond. Vanaf dat moment had zij haar vader kunnen aanspreken, ook via de rechter, op grond van rekening en verantwoording, nakoming of schadevergoeding. De wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar, zoals bepaald in de artikelen 3:307 en 3:310 BW, begon toen te lopen.

De bank kon geen mutatieoverzicht verstrekken vanwege het verstrijken van de wettelijke bewaartermijn en systeemwijzigingen. De vader beriep zich terecht op verjaring. Vanwege de familierelatie worden de proceskosten verrekend, ieder draagt zijn eigen kosten. De vordering wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: De vordering van de dochter wordt afgewezen wegens verjaring na overschrijding van de vijfjarige termijn.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummers: CUR202300807
Vonnis van 22 januari 2024
in de zaak van
[EISERES],
wonende in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.E. Lovert,
tegen
[GEDAAGDE],
wonende in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski.
Partijen worden hierna [dochter] en [vader] genoemd.
1. Het procesverloop
1.1. Het procesverloop blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 2 oktober 2023 en de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen;
  • de e-mail van MCB van 1 november 2023,
  • de mondelinge behandeling van 12 december 2023 en de bij die gelegenheid in het geding gebrachte productie van [dochter].
1.2. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 2 oktober 2023 is MCB verzocht om een mutatieoverzicht van bankrekening […] over de periode september 1985 – maart 1988.
2.2.
Bij e-mail van 1 november 2023 heeft MCB bericht dat zij, gelet op de wettelijke bewaarperiode en de verandering van banksysteem in 1993, de gevraagde informatie niet meer heeft.
2.3.
Dat illustreert het probleem waarvoor een partij die na zo lange tijd in een procedure wordt betrokken, zich gesteld kan zien. Het beroep van [vader] in deze op verjaring is dan ook niet onredelijk.
2.4.
In juni 2015 kreeg [dochter] naar zij stelt onverwachts een cheque van NAf 14.000 van haar vader, die zei dat hij dat geld van de gezamenlijke spaarrekening had gehaald voor de aankoop van een truck en dat hij het haar bij deze teruggaf. Toen zij om het spaarbankboekje vroeg, kreeg zij naar zij stelt alleen de eerste pagina en de laatste, met daarop het eindsaldo NAf 101,42. Op de door [dochter] overgelegde kopieën zijn de mutaties zichtbaar van 1992 tot en met 2000. Dat was een moment – dus in juni 2015 - waarop [dochter] zich redelijkerwijs moest realiseren dat de door haar beoogde pensioenvoorziening bij lange na niet op de rekening stond. In elk geval vanaf dat moment had zij haar vader daarop kunnen aanspreken, door, zo nodig in rechte, rekening en verantwoording van het door hem gevoerde beheer, dan wel nakoming van de afspraken, dan wel schadevergoeding te vorderen. En in elk geval vanaf dat moment begon ook de verjaringstermijn voor deze vorderingen te lopen. Volgens de artikelen 3:307 en 3:310 BW is die termijn vijf jaar. Dit betekent dat de vorderingen, bij gebreke van stuiting binnen die termijn, zijn verjaard en daarom moeten worden afgewezen.
2.5.
Vanwege de familierelatie zullen de proceskosten tussen partijen worden verrekend, zo dat elke partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
wijst af het gevorderde;
3.2.
verrekent de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2024.