Uitspraak
Uitspraak
[eiseres],
de minister van Justitie,
Inleiding
De beoordeling door het Gerecht
Beslissing
- verklaarthet beroep ongegrond;
- wijst afhet verzoek om voorlopige voorziening.
binnen zes wekenna de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De minister van Justitie heeft een vreemdeling, die haar toeristisch verblijf op Curaçao had overschreden, aangewezen als ongewenste vreemdeling en in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze beslissing en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Het Gerecht oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de vreemdeling geen tijdig beroep op het gelijkheidsbeginsel had gedaan en geen andere gronden tegen de verwijdering en ongewenstverklaring had aangevoerd. De minister handelde binnen zijn bevoegdheid op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting en het Toelatingsbesluit.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het Gerecht de zaak finaal behandelde. De vreemdeling mag Curaçao drie jaar niet inreizen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen verwijdering en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.