ECLI:NL:OGEAC:2024:158

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
24 april 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
CUR202303246
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 LarArt. 7 LarArt. 16a LarArt. 79 LarArt. 80 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen uitblijven beschikking minister handhaving hondenopvang

Omwonenden van Stichting Dog Center, een hondenopvang in Banda Abou, dienden een verzoek in bij de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur om handhavend op te treden omdat de stichting geen hindervergunning heeft en zij geluidsoverlast ervaren.

De minister reageerde niet op dit verzoek, waarop de omwonenden beroep instelden bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao wegens het uitblijven van een beschikking. De minister stelde dat er geen alternatieve opvangmogelijkheden zijn en de stichting niet elders kan worden gevestigd.

Het Gerecht oordeelt dat deze stelling de minister niet ontslaat van zijn verplichting om te beslissen. Het uitblijven van een beschikking wordt gelijkgesteld aan een weigering om te beschikken. Het beroep wordt gegrond verklaard, de weigering wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen één maand alsnog te beslissen.

Daarnaast wordt de minister verplicht het betaalde griffierecht van NAf 150,- aan de eisers te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 79 van Pro de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lar).

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen één maand alsnog op het handhavingsverzoek te beschikken.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen:

[namen eisers 1 tot en met 32],

allen wonende in Curaçao,
eisers,
en

de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur (de minister,)

verweerder,
gemachtigde: mr. H.W. Braam.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als eisers en de minister.

Inleiding

1.1
In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eisers tegen het uitblijven van een beslissing op hun verzoek aan de minister om handhavend op te treden (de bestreden beschikking).
1.2
De minister heeft met een verweerschrift op het beroep gereageerd.
1.3
Zonder dat daarvoor een onderzoek op een zitting nodig is, is het voor het Gerecht duidelijk dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven. Het Gerecht doet deze uitspraak daarom buiten zitting. Artikel 79, eerste lid, aanhef en onder b, van de Lar biedt deze mogelijkheid.

Beoordeling door het Gerecht

Wat is relevant om te weten in deze zaak?

2.1
Stichting Dog Center (de stichting) is gevestigd te Rio Magdalena 79 in Banda Abou. Op deze locatie vangt de stichting honden op. Eisers wonen allemaal in de directe omgeving van de stichting en ervaren geluidsoverlast vanwege blaffende honden.
2.2
Eisers hebben op 12 januari 2023 een verzoek ingediend op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur om te weten te komen of er aan de stichting een hindervergunning is verleend. Per brief van 11 februari 2023 zijn eisers geïnformeerd dat geen aanvraag om een hindervergunning is geregistreerd.
2.3
Eisers hebben vervolgens op 11 april 2023 een brief gestuurd aan de (plaatsvervangende) minister met het verzoek om handhavend op te treden, omdat de stichting niet over een hindervergunning beschikt. Omdat eisers op deze brief geen reactie hebben ontvangen, hebben zij op 13 september 2023 beroep ingesteld bij het Gerecht.
Welke wettelijke bepalingen zijn van toepassing in deze zaak?
3.1
De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang.
3.2
Op grond van artikel 7, eerste lid, kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.
3.3
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar wordt onder een beschikking verstaan een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Op grond van het tweede lid van deze bepaling wordt met een beschikking gelijk gesteld een weigering om een beschikking te geven. Als in de wet geen beslistermijn is opgenomen, is sprake van een weigering als hiervoor bedoeld als niet binnen een redelijke tijd een beschikking is gegeven. Dat volgt uit het derde lid van artikel 3.
3.4
Artikel 16a, tweede lid, van de Lar bepaalt dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een beschikking te geven. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
3.5
Toegepast op deze zaak, komt het Gerecht tot de volgende beoordeling.
Moet de minister alsnog op het handhavingsverzoek van eisers beschikken?
4.1
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het uitblijven van een reactie van de minister op hun handhavingsverzoek van 11 april 2023. De stelling van de minister dat Curaçao geen andere opvangmogelijkheden voor honden kent en de stichting niet elders op het eiland kan worden gevestigd, ontslaat de minister niet van zijn verplichting om op dit verzoek te beschikken. Nu de minister dit niet heeft gedaan, is sprake van een weigering om een beschikking te geven, die met een beschikking gelijk kan worden gesteld.
4.2
Het Gerecht stelt vast dat eisers ongeveer vijf maanden na het verzoek beroep hebben ingesteld tegen het uitblijven van een beschikking op hun verzoek. Gelet hierop en op de inhoud en aard van het verzoek is het Gerecht van oordeel dat het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een beschikking te geven en dat eisers hun beroepschrift niet onredelijk laat hebben ingediend.
4.3
Het Gerecht is van oordeel dat de met een beschikking gelijkgestelde weigering kennelijk niet in stand kan blijven. Het Gerecht zal het beroep van eisers daarom gegrond verklaren en de weigering om te beschikken vernietigen. De minister dient alsnog binnen een termijn van één maand na deze uitspraak op het verzoek om handhaving te beschikken.
4.4
Omdat het beroep gegrond is, zal het Gerecht bepalen dat de minister het door eisers betaalde griffierecht ter hoogte van NAf 150,- aan eisers dient te vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:
  • verklaarthet beroep
    gegrond;
  • vernietigtde weigering van de minister om te beschikken op het handhavingsverzoek;
  • bepaaltdat de minister binnen één maand alsnog op het handhavingsverzoek moet beschikken;
  • draagtde minister
    ophet betaalde griffierecht van NAf 150,- (zegge: honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens) aan eisers te vergoeden.
Aldus gegeven door mr. drs. S. Lanshage, rechter in het Gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2024 te Curaçao, in tegenwoordigheid van
mr. H. van der Schaft, griffier.
Tegen deze beslissing staat verzet open binnen
twee wekenna de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie artikel 80 van Pro de Lar.