Eisers, omwonenden van een hondenopvang zonder vestigingsvergunning, verzochten de minister van Economische Ontwikkeling om handhavend op te treden tegen de stichting vanwege geluidsoverlast. Na uitblijven van reactie startten zij een procedure bij het Gerecht, dat op 24 april 2024 oordeelde dat de minister binnen een maand op het handhavingsverzoek moest beslissen.
Eisers verzochten vervolgens het Gerecht om te bepalen dat de minister alsnog aan deze uitspraak gevolg geeft. De minister stelde dat hij op 19 december 2023 al op het handhavingsverzoek had beschikt, maar deze beschikking was per abuis niet aan het Gerecht overgelegd.
Het Gerecht stelde vast dat de minister inderdaad had beschikt en dat er geen reden was om de eerdere uitspraak te handhaven. Het verzoek werd daarom afgewezen. Het Gerecht benadrukte dat het in deze procedure niet de inhoud van de beschikking beoordeelt, maar alleen de naleving van de eerdere uitspraak.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.