ECLI:NL:OGEAC:2024:65

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
CUR202301613
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Lv DwanginvorderingArt. 8 Lv Dwanginvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bodembeslag op trustkantoor onrechtmatig voor belastingschuld vennootschap

Deze zaak betreft een verzetprocedure tegen een dwangschrift en de daarbij behorende beslaglegging door de Ontvanger op roerende zaken op het kantooradres van TKC Corporate Services N.V., een trustkantoor dat diensten verleent aan honderden vennootschappen, waaronder Lagun Family Services B.V. TKC en Lagun vorderden vernietiging van het dwangschrift en het opheffen van het beslag.

Het gerecht oordeelde dat het kantooradres van TKC niet als 'bodem' van Lagun kan worden aangemerkt, aangezien Lagun geen fysieke aanwezigheid of toegang tot het kantoor had en TKC slechts als trustkantoor fungeert. De Ontvanger kon zich daarom niet verhalen op het kantoormeubilair van TKC voor de belastingschuld van Lagun.

Hoewel het beslag inmiddels is opgeheven, werd de Ontvanger veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan TKC, omdat het beslag ten onrechte was gelegd. Het vonnis benadrukt dat de Ontvanger geen feiten heeft aangevoerd die het vermoeden van eigendom door Lagun op de goederen op het kantoor van TKC rechtvaardigen.

Deze uitspraak bevestigt de bescherming van derden-eigendom bij beslaglegging en de noodzaak van een juiste toerekening van de bodem bij invorderingsmaatregelen.

Uitkomst: Het beslag op het kantoormeubilair van TKC is onrechtmatig en de Ontvanger wordt veroordeeld in de proceskosten van TKC.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202301613
Vonnis van 18 maart 2024
in de zaak van

1.de naamloze vennootschapTKC CORPORATE SERVICES N.V.,

2. de besloten vennootschap
LAGUN FAMILY SERVICES B.V.
beide gevestigd in Curaçao,
eisers,
gemachtigden: mrs. T. Aardenburg en A.C. van Hoof,
tegen
DE LANDSONTVANGER VAN CURAÇAO,
zetelend in Curaçao,
gedaagde,
gevolmachtigde: mr. R.L. Rosaria.
Partijen worden hierna TKC, Lagun en de Ontvanger genoemd.
Inleiding
Deze procedure betreft een verzetprocedure tegen een dwangschrift. Daarbij komt aan de orde de vraag of de Ontvanger beslag heeft mogen leggen op zaken die zich op de bodem van TKC, niet zijnde de schuldenaar, bevinden. Volgens de Ontvanger mocht dat, omdat de bodem van TKC ook als bodem van de schuldenaar Lagun moet worden aangemerkt. De Ontvanger wordt niet gevolgd in dit standpunt.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 24 mei 2023,
  • de conclusie van antwoord,
  • de mondelinge behandeling van 19 februari 2024,
  • de pleitnotitie van de Ontvanger.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Deze procedure betreft de uitvaardiging en tenuitvoerlegging van een dwangschrift, als bedoeld in artikel 4 van Pro de
Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen(P.B. 1942-246, zoals gewijzigd), hierna: de Lv Dwanginvordering.
2.2.
In hun verzoekschrift vorderen TKC en Lagun vernietiging van een jegens Lagun uitgebracht dwangschrift, met beslissing dat de Ontvanger dat dwangschrift ten onrechte heeft uitgevaardigd, met veroordeling van de Ontvanger in de proceskosten.
2.3.
Ter zitting is duidelijk geworden dat het TKC en Lagun in het bijzonder te doen was om het (bodem)beslag dat de Ontvanger heeft gelegd op roerende zaken op het kantooradres van TKC, welke zaken volgens TKC haar (reëel) eigendom zijn. Ook is duidelijk geworden dat dat beslag inmiddels (op 26 oktober 2023) door de Ontvanger is opgeheven, dit nadat de desbetreffende aan Lagun opgelegde aanslagen over 2017 en 2018 respectievelijk buiten invordering waren gesteld en na bezwaar tot nihil waren teruggebracht. Volgens de Ontvanger staat ten laste van Lagun voor wat betreft 2018 nog wel een boete van NAf 500 open.
2.4.
Voor een vernietiging zoals in het verzoekschrift geformuleerd bestaat (thans) geen grond. Op het moment dat het dwangschrift tegen Lagun werd uitgevaardigd, was sprake van onbetaald gebleven aanslagen en was door de Ontvanger nog geen uitstel verleend. Gelet evenwel op de met het dwangschrift gepaarde beslaglegging had in het bijzonder TKC er belang bij de invorderingsmaatregelen met de onderhavige procedure ter toetsing voor te leggen.
2.5.
Na de opheffing door de Ontvanger van het gelegde beslag resteert nu nog de vordering tot vergoeding van de proceskosten. Naar het oordeel van het gerecht had TKC gegronde redenen om zich tegen het beslag op de roerende zaken te verzetten en is die beslaglegging ten aanzien van haar ten onrechte geschied.
2.6.
Uit artikel 8 Lv Pro Dwanginvordering volgt dat de Ontvanger zich kan verhalen op roerende zaken die eigendom zijn van een derde wanneer deze zich ten tijde van de beslaglegging op de bodem van een belastingschuldige bevinden en dienen tot stoffering.
2.7.
In dit geval heeft de Ontvanger beslag gelegd op goederen (kantoormeubilair, airco’s) die zich bevinden op het adres waar het kantoor van TKC is gevestigd. Anders dan de Ontvanger stelt, kan het vestigingsadres van TKC niet als ‘bodem’ van Lagun worden aangemerkt. TKC is een trustmaatschappij en verleent trustdiensten aan, zo is namens haar ter zitting verklaard, honderden vennootschappen. In die hoedanigheid heeft TKC Lagun opgericht, verleende zij tot 2019 diensten aan Lagun en fungeerde haar kantoor als (post)adres voor Lagun. Lagun had toen nog geen activiteiten en heeft niet fysiek kantoor gehouden op het adres van TKC. Lagun had en heeft, evenmin als de andere honderden vennootschappen die ten kantore van TKC zijn geregistreerd, een sleutel van het kantoor van TKC en kon en kan zichzelf dus ook niet de toegang tot dat kantoor verschaffen. Dat TKC tot op heden procuratiehouder van Lagun is en haar begeleidt bij belastingkwesties, legt geen gewicht in de schaal bij de vraag of het kantooradres van TKC (ook) als ‘bodem’ van Lagun kan worden aangemerkt. Daarvoor ontbreken relevante feitelijke aanwijzingen.
2.8.
TKC wordt als bezitter van de zich op haar ‘bodem’ bevindende goederen vermoed daarvan eigenaar te zijn. De Ontvanger heeft geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld, of zelfs maar vermoed, dat Lagun eigenaar is van goederen die zich in het kantoor van TKC bevinden en waarop door hem beslag is gelegd. Het moet er daarom voor worden gehouden dat TKC - en niet ook Lagun - eigenaar is van die goederen. De Ontvanger is niet bevoegd deze uit te winnen voor belastingschulden van Lagun. De beslaglegging op die goederen is dan ook ten onrechte geschied.
2.9.
Gelet op het voorgaande is de Ontvanger, die eerst na het indienen van het verzoekschrift tot opheffing van het beslag is overgegaan, niet nodeloos in rechte betrokken. De Ontvanger zal daarom in de proceskosten van TKC worden veroordeeld. De kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 426,64 aan oproepingskosten en (voor het verzoekschrift) NAf 1.250 aan gemachtigdensalaris. Voor het overige zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
verstaat dat het belang bij het gevorderde is komen te vervallen;
3.2.
veroordeelt de Ontvanger in de proceskosten van TKC van NAf 2.176,64, en compenseert de kosten voor het overige aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. G. Benedictus, griffier, en in het openbaar uitgesproken.