Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2017 waarbij de Inspecteur de aftrek van hypotheekrente eigen woning had geweigerd en slechts deels aftrek toestond voor buitengewone lasten ten behoeve van het levensonderhoud van haar nichtje. Het bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar het Gerecht stelde vast dat het bezwaar tijdig was ingediend en verklaarde het beroep gegrond.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de woning haar als hoofdverblijf ter beschikking staat, ondanks het lage waterverbruik en het gebruik van het adres van haar ouderlijk huis voor post en telefoon. De descente ter plaatse bevestigde dat de woning bewoond is. Daarom werd de aftrek van hypotheekrente van NAf 18.928 toegestaan.
Ten aanzien van de buitengewone lasten stelde het Gerecht vast dat niet werd voldaan aan de voorwaarden van de Landsverordening op de inkomstenbelasting voor aftrek van uitgaven voor het levensonderhoud van de nicht, die jonger is dan 27 jaar en niet voldoet aan de criteria voor ziekte of gebrek. De aanslag werd verminderd naar een belastbaar inkomen van NAf 62.420.
De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van NAf 700 en moest het betaalde griffierecht van NAf 50 vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 11 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd met aftrek van hypotheekrente eigen woning.