ECLI:NL:OGEAC:2024:9
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning door dochter na langdurige familieproblemen en kindermishandeling
De moeder heeft een kort geding aangespannen tegen haar dochter om deze te doen ontruimen uit de gezamenlijke woning te Curaçao, waarin ook vier minderjarige kinderen en een nieuwe vriend van de dochter verblijven. De dochter is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.
De moeder woont sinds 1972 in de woning, oorspronkelijk een koopwoning maar door betalingsproblemen een huurwoning geworden. De dochter is rond 2015 bij haar ingetrokken. De moeder heeft een lange lijst van politieaangiftes ingediend tegen de dochter en haar partner vanwege kindermishandeling, bedreiging, diefstal en vernieling. De situatie is onhoudbaar geworden.
De moeder heeft verklaard dat de Voogdijraad betrokken is bij de zorg voor de kinderen en dat zij bereid is de zorg voor twee meisjes op zich te nemen indien de dochter en de Voogdijraad daarmee instemmen. De dochter heeft eerder een eigen woning aangeboden gekregen maar deze niet betrokken.
Het gerecht stelt vast dat de moeder als huurster de rechthebbende is en dat de dochter zonder haar toestemming niet in de woning kan verblijven. De vordering wordt toegewezen met een ruime ontruimingstermijn tot 31 maart 2024, rekening houdend met het belang van de kinderen. Tevens wordt het vonnis ter kennisgeving aan de Voogdijraad gestuurd. De moeder krijgt kosteloze rechtsbijstand en partijen dragen eigen proceskosten.
Uitkomst: De dochter wordt veroordeeld de woning uiterlijk 31 maart 2024 te ontruimen met ruime ontruimingstermijn in het belang van de minderjarige kinderen.