AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voortzetting onderhuur na beëindiging hoofdhuur en huurachterstand in appartementencomplex
Verhuurster, eigenaar van een appartementencomplex, had het complex verhuurd aan Villas in Style, die het appartement onderverhuurde aan huurster. Na een ontruimingsvonnis tegen Villas in Style beëindigde verhuurster de hoofdhuurovereenkomst en berichtte huurster hierover. Huurster weigerde een nieuwe huurovereenkomst met hogere huurprijs te accepteren en betaalde achterstallige huur over meerdere maanden.
Het geschil betrof de vraag of huurster gehouden was tot betaling van de hogere huurprijs en de achterstallige huur. Het gerecht paste overeenkomstig art. 7:269 BWNLPro de regeling omtrent voortzetting van onderhuur toe, ondanks het ontbreken van een dergelijke bepaling in het Curaçaose Burgerlijk Wetboek. Hierdoor bleef de oorspronkelijke huurprijs van NAf 950 van toepassing en kon huurster restitutie van de borg verlangen.
Daarnaast werd een huurvermindering toegekend wegens gebreken aan het appartement die verhuurster niet had hersteld. De huurvermindering werd vastgesteld op een halve maand huur. Uiteindelijk werd huurster veroordeeld tot betaling van het restant van de achterstallige huur na verrekening van borg en huurvermindering. De overige vorderingen, waaronder ontruiming en hogere huur, werden afgewezen.
Uitkomst: Huurster wordt veroordeeld tot betaling van NAf 1.050 aan verhuurster en overige vorderingen worden afgewezen.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202501272
Vonnis van 29 september 2025
in de zaak van
FONDO DI PENSHUN POPULAR,gevestigd in Curaçao, eiseres, hierna: verhuurster, gemachtigde: mr. H.W. Braam,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao, gedaagde, hierna: huurster, gevolmachtigde: dhr. […].
1.Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 17 april 2025,
de conclusie van antwoord,
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025,
de pleitnotities van de gevolmachtigde van huurster.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2.De feiten
2.1.
Verhuurster is eigenaar van een appartementencomplex en villa gelegen aan de Kaminda Brudernan di Brakepoti […] (hierna: het complex). Het complex is verhuurd geweest aan […] h.o.d.n. Villas in Style (hierna: [Villas in Style]).
2.2. [
Villas in Style] heeft appartement […] verhuurd aan huurster (hierna: het appartement). Overeengekomen werd een huurprijs van NAf 950 per maand en een huurperiode tot 15 mei 2025. De overeengekomen borg van NAf 950 is door huurster aan [Villas in Style] voldaan.
2.3.
Na een door verhuurster tegen [Villas in Style] verkregen ontruimingsvonnis heeft verhuurster huurster bij brief van 26 november 2024 bericht dat de zakelijke relatie tussen haar als eigenaar van het appartementencomplex en [Villas in Style] als huurder is beëindigd.
2.4.
Op 30 november 2024 heeft verhuurster het appartement laten inspecteren om gebreken te inventariseren. Namens verhuurster is te kennen gegeven dat verhuurster inzicht wilde krijgen in wat zij allemaal moest repareren. Vervolgens is tussen partijen gecorrespondeerd over gebreken. Door huurster zijn in het bijzonder de volgende gebreken gemeld:
badkamermeubel stuk en beschimmeld na overstroming bij buren;
barsten in tegels keuken;
slang en kop keukenkraan defect;
slang en kraan douche defect;
afval rond het appartement.
2.5.
In januari 2025 heeft verhuurster huurster een nieuwe huurovereenkomst doen toekomen. De nieuw aangeboden huurovereenkomst bevat een huurprijsverhoging naar eerst Cg 1.100 per maand en vervolgens Cg 1.450 per maand, vermeerderd met Cg 75 per maand voor servicekosten. Daarnaast wordt een nieuwe borg verlangd van Cg 1.450. Verhuurster heeft daarbij aan huurster meegedeeld dat, indien zij niet akkoord zou gaan, zij het appartement per 1 februari 2025 diende te ontruimen.
2.6.
Huurster heeft de nieuwe huurvoorwaarden niet geaccepteerd.
2.7.
Verhuurster is niet tot herstel van de gemelde gebreken overgegaan.
3.De vordering
In haar verzoekschrift heeft verhuurster gevorderd dat het gerecht bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
primair:
huurster veroordeelt tot ontruiming van het appartement;
huurster veroordeelt tot betaling van Cg 1.325, vermeerderd met een bedrag van Cg 75 voor elke maand die na maart 2025 is verstreken, zulks naast de maandelijks verschuldigde huur;
subsidiair:
de tussen partijen bestaande huurovereenkomst ontbindt,
te beslissen zoals onder primair I en II gevorderd.
4.De beoordeling
Geen belang bij vordering tot ontruiming
4.1.
Ter zitting is gebleken dat huurster, zoals eerder door haar aangekondigd, de huur van het appartement niet wenst voort te zetten na de overeengekomen einddatum van 15 mei 2025 en elders woonruimte heeft gevonden. Bij de gevorderde ontruiming heeft verhuurster dan ook geen belang meer.
De onbetaald gebleven huurpenningen
4.2.
Het geschil in dit kort geding beperkt zich thans tot de vraag of huurster nog een bedrag aan verhuurster verschuldigd is ter zake van achterstallige huurpenningen.
4.3.
Vaststaat dat huurster de huur over maart, april en de eerste helft van mei 2025 onbetaald heeft gelaten.
4.4.
Daarnaast heeft zij voor de maand december 2024 Cg 100 te weinig betaald. Huurster zegt met betrekking tot dat laatste te hebben begrepen dat door verhuurster een huurkorting was toegezegd, maar verhuurster heeft dat betwist en aanwijzingen daarvoor ontbreken.
4.5.
In dit kort geding zal dan ook tot uitgangspunt worden genomen dat – uitgaande van de door huurster met [Villas in Style] overeengekomen huurprijs – huurster (2,5 x Cg 950 + Cg 100 =) Cg 2.475 aan huurpenningen onbetaald heeft gelaten.
Voortzetting van de onderhuur na beëindiging hoofdhuur
4.6.
Huurster heeft als verweer tegen de betalingsvordering van verhuurster samengevat aangevoerd dat zij niet gehouden kan worden aan de eenzijdig door verhuurster voorgestelde huurverhoging en dat de door haar aan [Villas in Style] betaalde borg van Cg 950 moet worden verrekenend.
4.7.
Het verweer van huurster treft doel. [Villas in Style] heeft de appartementencomplex van verhuurster gehuurd met het doel de appartementen onder te verhuren. Onderhuur was dus toegestaan. Anders dan in Nederland (art. 7:269 BWNLPro), kent het Curaçaose Burgerlijk Wetboek geen bepaling over de voortzetting van onderhuur na de beëindiging van de hoofdhuur. Mede met het oog op het concordantiebeginsel, ligt het in de onderhavige zaak in de rede art. 7:269 BWNLPro op overeenkomstige wijze toe te passen. Dat brengt mee dat verhuurster in beginsel gebonden is aan de huurovereenkomst zoals die (bevoegdelijk) door [Villas in Style] is gesloten met huurster. Dit betekent dat de met [Villas in Style] overeengekomen huurprijs van Cg 950 is blijven gelden en dat huurster van verhuurster restitutie kan verlangen van de door haar aan [Villas in Style] betaalde borg van Cg 950. Verhuurster heeft derhalve zonder deugdelijke rechtsgrond bij huurster aangedrongen op betaling van een hogere huur en op ontruiming indien zij daarmee niet zou instemmen. De aanspraken van verhuurster op huurpenning voor zover die uitgaan boven de overeengekomen huurprijs van Cg 950 per maand zullen dan ook worden afgewezen.
Huurprijsvermindering wegens gebreken
4.8.
Het verweer van huurster dat de huurprijs wegens gederfd woongenot moet worden verlaagd wegens de door huurster opgesomde gebreken, treft gedeeltelijk doel. Een huurvermindering is op haar plaats. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat huurster heeft meegewerkt aan de door geïnitieerde opname van gebreken aan het gehuurde en dat zij verhuurster heeft verzocht om herstel daarvan. Verhuurster is hiertoe zonder geldige reden niet overgegaan. Dat huurster de voorgestelde huurverhoging niet wenste te accepteren, was, zoals uit het voorgaande volgt, geen geldige reden om niet tot herstel over te gaan. Gelet op de betrekkelijk geringe aard van de gebreken en gelet op het bepaalde in art. 7:217 BWPro over kleine, voor rekening van de huurder komende herstellingen, komt een eenmalige huurprijsvermindering gelijk aan een halve maand huur passend voor.
Slotsom en kosten
4.9.
Op grond van het voorgaande dient huurster nog aan verhuurster te betalen (Cg 2.475 – borg Cg 950 – huurprijsvermindering Cg 475 =) Cg 1.050. Zij zal daartoe worden veroordeeld. De overige vorderingen van verhuurster zullen worden afgewezen. Gelet op de mate waarin partijen in het gelijk en het ongelijk zijn gesteld. Zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
5.De beslissing
Het gerecht:
5.1.
veroordeelt huurster tot betaling aan verhuurster van Cg 1.050;
5.2.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst af het meer of anders gevorderde;
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.