ECLI:NL:OGEAC:2025:222

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
CUR202402602
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Staatsregeling CuraçaoArt. 5 EVRMArt. 37 IVRKArt. 10 LVPPArt. 12 LVPP
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige langdurige gesloten plaatsing van minderjarige in JJIC zonder wettelijke basis

De minderjarige staat sinds juli 2024 onder toezicht en is wegens ernstig onhandelbaar gedrag meerdere malen tijdelijk gesloten geplaatst in de Justitiële Jeugdinrichting Curaçao (JJIC). Na een verzoek tot drie maanden gesloten plaatsing heeft het gerecht dit afgewezen omdat hiervoor geen wettelijke basis bestaat.

De minderjarige werd sinds oktober 2025 op de gesloten afdeling geplaatst met een gevangenisregime, zonder begeleiding en met beperkte bewegingsvrijheid, hetgeen door hem is bestreden. Het hoofd van JJIC heeft na de rechterlijke toestemming van 24 uur zelfstandig besloten de gesloten plaatsing voort te zetten.

Het gerecht overweegt dat hoewel plaatsing in JJIC noodzakelijk kan zijn, de langdurige gesloten plaatsing zonder rechterlijke toestemming onrechtmatig is en in strijd met artikel 5 EVRM Pro, artikel 37 IVRK Pro en artikel 17 Staatsregeling Pro Curaçao. JJIC beschikt niet over een zelfstandige bevoegdheid voor dergelijke vrijheidsbeneming. Het gerecht gelast onmiddellijke opheffing van de afzondering en toegang tot reguliere programma's.

Uitkomst: Het gerecht wijst het verzoek tot langdurige gesloten plaatsing af en gelast onmiddellijke opheffing van de afzondering.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

zaaknummer: CUR202402602
Beschikking d.d. 31 oktober 2025
betreffende de minderjarige […], geboren op […] 2011 te Curaçao, hierna: de minderjarige.

1.De procedure en het verzoek

1.1.
De minderjarige staat sinds 18 juli 2024 onder toezicht. Op 9 juli 2025 is de termijn van de ondertoezichtstelling verlengd met één jaar, met handhaving van de plaatsing van de minderjarige in Justitiële Jeugd Inrichting Curaçao (JJIC).
1.2.
Op 18 september 2025 is door de maatschappelijk werkster van JJIC aan het gerecht verzocht de minderjarige tijdelijk te plaatsen op de gesloten afdeling van JJIC, wegens ernstig onhandelbaar gedrag. Het gerecht heeft hiervoor toestemming gegeven, voor maximaal 24 uur, met regelmatig toezicht door/contact met de mentor.
1.3.
Op 22 oktober 2025 is nogmaals door de maatschappelijk werkster van JJIC aan het gerecht verzocht de minderjarige tijdelijk te plaatsen op de gesloten afdeling van JJIC wegens onhandelbaar gedrag. Het gerecht heeft hiervoor toestemming gegeven, voor maximaal 24 uur.
1.4.
Op 23 oktober 2025 is door het hoofd JJIC verzocht om toestemming om de minderjarige voor een periode van drie maanden in een gesloten setting te plaatsen.
1.5.
Op 28 oktober 2025 is een verslag van de kinder- en jeugdpsycholoog van
JJIC overgelegd, met bijgevoegd een plan van aanpak.
1.6.
Op 29 oktober 2025 zijn gehoord mevr. […] (gezinsvoogd) en
mevr. […] (maatschappelijk werkster van JJIC). De minderjarige is separaat gehoord.

2.De beoordeling

Achtergrond

2.1.
De minderjarige is onder toezicht gesteld wegens zorgen op meerdere leefgebieden. Er is sprake van ADHD, ODD en onhandelbaar gedrag. Sinds zijn tiende is sprake van schoolverzuim. Vanwege diverse recente incidenten en omdat hij is gebaat bij weinig prikkels, structuur en korte strakke lijnen, verzoekt JJIC de minderjarige gesloten te plaatsen.
2.2.
De minderjarige heeft verklaard dat hij sinds 22 oktober 2025 is geplaatst op de gesloten afdeling van de JJIC, waar een gevangenisregime geldt. Hij wordt dagelijks één uur gelucht, heeft geen toegang tot televisie en ziet pas andere jongeren (kort) aan het einde van de dag. Er heeft sinds zijn plaatsing geen begeleiding plaatsgevonden. De minderjarige heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar kreeg als reactie dat de instelling bevoegd is om hem gesloten te plaatsen. De minderjarige is het daar niet mee eens en geeft aan dat hij naar huis of naar de open afdeling wil.
2.3.
Ter zitting is namens JJIC verklaard dat het hoofd van JJIC, na afloop van de door de rechter gegeven 24-uurstermijn, zelfstandig de beslissing heeft genomen om de gesloten plaatsing van de minderjarige te continueren.
Beoordeling
2.4.
Het gerecht overweegt dat de plaatsing van de minderjarige in JJIC in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk moet worden geacht. Echter, voor de plaatsing van de minderjarige op de gesloten afdeling van JJIC - hetgeen is aan te merken als vrijheidsontneming – ontbreekt de noodzakelijke wettelijke grondslag. Aan (de directeur van) JJIC is geen zelfstandige bevoegdheid gegeven om minderjarigen civielrechtelijk op een gesloten afdeling te plaatsen. Ook rechterlijke beslissingen tot ondertoezichtstelling en plaatsing in een aangewezen internaat – ter bescherming van de minderjarige - bieden geen grondslag voor gesloten plaatsing. JJIC is hiermee bekend op grond van de beschikking van het gerecht van 18 november 2024
(CUR202404238).
2.5.
De (uitsluitend) door de rechter te geven toestemming om de minderjarige een korte periode in afzondering te plaatsen, moet in dit verband worden aangemerkt als buitenwettelijk noodrecht om een kortdurende crisissituatie te stabiliseren, waarbij de rechter altijd de kwetsbare bijzonder positie als uitgangspunt neemt en zich vergewist van de proportionaliteit en subsidiariteit.
2.6.
Het gerecht acht het onaanvaardbaar dat JJIC, hoewel bekend met voornoemde beschikking, op eigen titel is overgegaan tot de langdurige gesloten plaatsing van de minderjarige. Te meer nu het eenvoudig mogelijk is contact op te nemen met het gerecht, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de beschikbare communicatiemiddelen zoals e-mail, telefoon of piket. De zonder voorafgaande rechterlijke toestemming uitgevoerde gesloten plaatsing van de minderjarige door JJIC moet daarom worden aangemerkt als onrechtmatige vrijheidsontneming. Er is sprake van strijd met artikel 5 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (“
Eenieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon. Niemand mag zijn vrijheid worden ontnomen, behalve in de gevallen als genoemd in het artikel en overeenkomstig een wettelijk voorgeschreven procedure”), artikel 37 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (“
Geen enkel kind mag op onwettige of willekeurige wijze van zijn of haar vrijheid worden beroofd”) en artikel 17 lid 1 van Pro de Staatregeling van Curaçao (“
Buiten de gevallen bij of krachtens landsverordening bepaald mag niemand zijn vrijheid worden ontnomen”).
2.7.
Hoewel het gerecht begrijpt dat de problematiek van bepaalde categorieën minderjarigen onder omstandigheden noopt tot het zoeken van oplossingen en dat JJIC te maken heeft met vaak kritieke personeels- en veiligheidsmogelijkheden, doet dit aan het voorgaande niet af. Een met Nederland te vergelijken Jeugdwet, waarin vrijheidsbeneming zoals door JJIC noodzakelijk geacht mogelijk is gemaakt, is er niet op Curaçao. Het is aan de wetgever om te voorzien in de wettelijke kaders en middelen voor dergelijke situaties.
2.8.
Ten overvloede wijst het gerecht in dit verband op eventuele mogelijkheden die kunnen worden gevonden door het indienen van een machtigingsverzoek op grond van de Landsverordening verpleging psychiatrische patiënten (LVPP), mits voldaan aan de in artikel 10 of Pro artikel 12 LVPP Pro genoemde voorwaarden.
2.9.
Gelet op het voorgaande gelast het gerecht dat de minderjarige met onmiddellijke ingang wordt ontheven van elke vorm van afzondering en insluiting en dat hem toegang wordt verschaft tot deelname aan de reguliere programma’s en de dagindeling van zijn leeftijdsgenoten.
De beslissing
Het gerecht:
wijst af het verzoek om de minderjarige voor een periode van drie maanden in een gesloten setting te plaatsen;
gelast dat de minderjarige met onmiddellijke ingang wordt ontheven van elke vorm van afzondering en insluiting en dat hem toegang wordt verschaft tot deelname aan de reguliere programma’s en de dagindeling van zijn leeftijdsgenoten;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.W.J. Vinkes, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.