Uitspraak
Parketnummer: 500.00313/24
Vonnis van dit Gerecht
[verdachte],
Feit 2:
Feit 3:
[benadeelde partij]heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van
XCG 10.000,-aan immateriële schade.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De zaak betreft de tenlastelegging van medeplegen van kindermishandeling, vrijheidsberoving en het in hulpeloze toestand brengen van een minderjarig kind over een periode van circa twee jaar op Curaçao. Verdachte werd beschuldigd van mishandeling met diverse voorwerpen, het onthouden van eten en drinken, opsluiting en nalatigheid in de verzorging van het kind.
Tijdens de terechtzitting op 29 augustus 2025 ontkende verdachte de tenlasteleggingen. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het feit van vrijheidsberoving en veroordeling voor de andere feiten, terwijl de verdediging pleitte voor volledige vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Het gerecht oordeelde dat de verklaringen van het minderjarige slachtoffer en een getuige onvoldoende steunbewijs boden, mede vanwege onduidelijkheid over de woon- en zorgsituatie en het ontbreken van bewijs dat verdachte wettelijk verplicht was tot verzorging. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs sprak het gerecht verdachte integraal vrij en bepaalde dat ieder de eigen proceskosten draagt. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.