ECLI:NL:OGEAC:2025:238

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
CUR202503837
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 136 Procesreglement Civiele Zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot opgave namen getuigen en proceskostenveroordeling in kort geding tegen Aqualectra

Eiser heeft een kort geding aangespannen tegen Aqualectra met het verzoek om de namen van vier medewerkers die als getuigen zouden worden gehoord, bekend te maken. Deze medewerkers waren betrokken bij een controle van de meteraansluiting van eiser, die leidde tot afsluiting van diens woning en het in rekening brengen van kosten.

Hoewel Aqualectra aanvankelijk slechts de namen van twee medewerkers verstrekte en de andere twee als mogelijk werklieden van een aannemer aanwees, kon zij niet met absolute zekerheid bevestigen of dit de juiste personen waren. Het gerecht oordeelde dat Aqualectra al veel eerder de namen had kunnen en moeten verstrekken, ook zonder absolute zekerheid, gezien de duidelijke aanwijzingen en de redelijke inspanning die van haar verwacht mocht worden.

Het gerecht veroordeelde Aqualectra tot betaling van de proceskosten, bestaande uit griffierecht, oproepingskosten en salaris gemachtigde, en verklaarde deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. De vordering tot opgave van namen behoeft geen verdere beslissing meer.

Uitkomst: Aqualectra wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten wegens vertraagde verstrekking van namen van getuigen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202503837
Vonnis in kort geding van 15 oktober 2025
in de zaak van
[EISER],
te Curaçao,
eiser,
gemachtigden: mrs. E.L. Virginie en G.C.A. Scheperboer-Parris,
tegen
AQUALECTRA N.V.,
te Curaçao,
gedaagde,
gemachtigden: mrs. N.E. Soon en E.S. Eshuis.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift van 17 september 2025;
- de aanvullende producties van eiser en de producties van Aqualectra;
- de mondelinge behandeling op 8 oktober 2025;
- de pleitnota’s van de gemachtigden.
1.2.
Ter zitting is verzocht om (nog slechts) te beslissen over de proceskosten.

2.De beoordeling

2.1.
De oorspronkelijke vordering in dit kort geding strekte ertoe Aqualectra te veroordelen aan eiser de namen bekend te maken van vier personen die eiser als getuige wilde doen horen in een op verzoek van eiser gelast voorlopig getuigenverhoor voor dit gerecht. Die vier personen waren betrokken bij een controle van meteraansluiting van eiser, welke controle Aqualectra aanleiding heeft gegeven tot afsluiting van eisers woning en het in rekening brengen van een boete en heraansluitingskosten.
2.2.
De beschikking van 16 mei 2025 waarbij het voorlopig getuigenverhoor werd gelast vermeldt dat eiser het verzoekschrift op 31 maart 2025 heeft ingediend, dat Aqualectra niet is verschenen op de zitting om verweer te voeren en dat verzoeker Aqualectra heeft verzocht de namen bekend te maken van de betrokken medewerkers, maar dat dit door Aqualectra is geweigerd.
2.3.
Het getuigenverhoor was aanvankelijk gepland op 20 juni 2025 en vervolgens op 14 juli 2025, maar kon niet doorgaan omdat eiser de getuigen niet kon noemen en oproepen. De nieuwe datum is 23 oktober 2025.
2.4.
Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat eiser Aqualectra bij e-mail van 12 september 2025 voor het laatst heeft verzocht om opgave van de namen van de getuigen, met aanzegging van rechtsmaatregelen indien de gevraagde informatie niet uiterlijk op 15 september 2025 zou zijn verstrekt. Bij e-mail van 16 september 2025 heeft Aqualectra de namen van twee van haar medewerkers verstrekt. Ten aanzien van de andere twee personen schreef zij dat het waarschijnlijk om werklieden gaat die werkzaam zijn voor een aannemer die zij heeft ingeschakeld en dat nog maar de vraag is of Aqualectra kan achterhalen wie dat zijn.
2.5.
Het verzoekschrift in dit kort geding is ingediend op 17 september 2025. Ter zitting zijn ook de namen van de twee andere beoogde getuigen genoemd, mede aan de hand van al eerder door eiser aan Aqualectra verstrekte videobeelden. Volgens mededeling van Aqualectra ter zitting kon zij in haar systeem al zien dat dit de namen waren van de door haar aannemer ingeschakelde personen, maar had zij niet de zekerheid dat dit daadwerkelijk de mensen waren die bij de controle waren betrokken.
2.6.
Het gerecht is met eiser van oordeel dat Aqualectra de namen van de vier beoogde getuigen al veel eerder aan eiser had kunnen en moeten verstrekken. De maatstaf daarbij was niet of Aqualectra absolute zekerheid had. Zij beschikte over duidelijke aanwijzingen, over ook de twee personen die (toen nog) niet bij haar in dienst waren. Zij had die gegevens met eiser moeten delen, al dan niet nadat – zoals op de zitting is gebeurd - de in haar systeem vermelde namen waren voorgelegd aan haar aannemer, in combinatie met de videobeelden. Zowel als contractspartij van eiser als in haar hoedanigheid van verweerder bij het voorlopig getuigenverhoor, was Aqualectra gehouden zich in redelijkheid in te spannen om eiser spoedig van de benodigde informatie te voorzien. Dat heeft nu een half jaar geduurd. Het onderhavige kort geding had niet nodig moeten zijn.
2.7.
Uit het voorgaande en gelet op artikel 136 sub Pro II Procesreglement Civiele Zaken volgt dat Aqualectra zal worden veroordeeld in de proceskosten.

3.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
3.1.
verstaat dat niet meer op de vordering behoeft te worden beslist;
3.2.
veroordeelt Aqualectra in de proceskosten, aan de zijde van eiser begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 451,44 aan oproepingskosten en Cg 1.500 voor salaris gemachtigde, en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 15 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.