ECLI:NL:OGEAC:2025:265

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
CUR202500248
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:179 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed in Curaçao

Partijen zijn gehuwd in Curaçao en hebben twee minderjarige kinderen. Op 19 januari 2021 is de scheiding van tafel en bed uitgesproken door het gerecht, bevestigd door het hof in hoger beroep op 19 oktober 2021. Deze scheiding is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister op 25 januari 2022.

De vrouw verzoekt de ontbinding van het huwelijk uit te spreken, terwijl de man verweer voert en het verzoek afwijst. Het gerecht toetst het verzoek aan artikel 1:179, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, dat ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed mogelijk maakt indien de scheiding ten minste drie jaar heeft geduurd.

Het gerecht oordeelt dat aan de wettelijke termijn is voldaan en dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zoals reeds vastgesteld bij de beschikking tot scheiding van tafel en bed. Het verweer van de man dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht en zijn religieuze bezwaren leiden niet tot een ander oordeel. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure.

De ontbinding van het huwelijk wordt uitgesproken, de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten, en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Het gerecht spreekt de ontbinding van het huwelijk uit na scheiding van tafel en bed van meer dan drie jaar.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202500248
Beschikking van 11 september 2025
in de zaak van:
[De vrouw],
wonend in [woonplaats],
verzoekster, hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa,
tegen
[De man],
wonend in [woonplaats],
verweerder, hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Dat blijkt uit:
 het verzoekschrift met producties, op 24 januari 2025 ingediend;
 het verweerschrift, ingediend op de rolbehandeling van 20 mei 2025;
 de door de vrouw ingediende producties op 20 augustus 2025;
 de mondelinge behandeling op 28 augustus 2025, waarbij aanwezig waren: de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde en de man, bijgestaan door zijn gemachtigde.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [datum] in Curaçao met elkaar gehuwd. Zij zijn de ouders
van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
 [ [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats];
 [ [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats].
2.2.
Bij beschikking van 19 januari 2021 van het gerecht is, onder meer, de scheiding van tafel en bed tussen partijen uitgesproken.
2.3.
Bij beschikking van 19 oktober 2021 heeft het Hof in hoger beroep de beschikking van 19 januari 2021 bevestigd.
2.4.
Op 25 januari 2022 is de scheiding van tafel en bed ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De vrouw verzoekt de echtscheiding (het gerecht begrijpt: de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed) tussen partijen uit te spreken.
3.2.
De man voert verweer en vraagt het verzoek af te wijzen.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 1:179, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat ontbinding van het huwelijk van echtgenoten die van tafel en bed gescheiden zijn, op verzoek van een der echtgenoten wordt uitgesproken, indien de scheiding ten minste drie jaren heeft geduurd.
4.2.
Het gerecht is van oordeel dat het verzoek gegrond is op de wet. De termijn van drie jaar is verstreken en partijen hebben zich niet verzoend. Het verweer van de man dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht, houdt geen stand. Dat het huwelijk duurzaam is ontwricht staat al vast krachtens de beschikking waarbij de scheiding van tafel en bed is uitgesproken en het feit dat partijen zich niet hebben verzoend. Dat het huwelijk van grote religieuze betekenis voor de man is en een scheiding ingaat tegen zijn diepgewortelde geloofsovertuiging leidt niet tot een ander oordeel.
4.3.
De proceskosten zullen vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure worden gecompenseerd.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
spreekt de ontbinding uit van het huwelijk van partijen, gesloten op [datum] in Curaçao, na scheiding van tafel en bed;
5.2.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. H.M. Contermans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.