ECLI:NL:OGEAC:2025:265
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed in Curaçao
Partijen zijn gehuwd in Curaçao en hebben twee minderjarige kinderen. Op 19 januari 2021 is de scheiding van tafel en bed uitgesproken door het gerecht, bevestigd door het hof in hoger beroep op 19 oktober 2021. Deze scheiding is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister op 25 januari 2022.
De vrouw verzoekt de ontbinding van het huwelijk uit te spreken, terwijl de man verweer voert en het verzoek afwijst. Het gerecht toetst het verzoek aan artikel 1:179, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, dat ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed mogelijk maakt indien de scheiding ten minste drie jaar heeft geduurd.
Het gerecht oordeelt dat aan de wettelijke termijn is voldaan en dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zoals reeds vastgesteld bij de beschikking tot scheiding van tafel en bed. Het verweer van de man dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht en zijn religieuze bezwaren leiden niet tot een ander oordeel. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure.
De ontbinding van het huwelijk wordt uitgesproken, de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten, en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het gerecht spreekt de ontbinding van het huwelijk uit na scheiding van tafel en bed van meer dan drie jaar.