Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
verzoekster,
met als lasthebber mr. J.J. van de Velde, advocaat te Rotterdam,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
HAL Antillen N.V. heeft op 22 mei 2025 verzoekschriften ingediend voor de doorhaling van de teboekstelling van elf zeeschepen in het scheepsregister van Curaçao, op grond van artikel 8:195 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De schepen zijn onder meer de Koningsdam, Westerdam, Eurodam en Rotterdam, alle hoofdzakelijk gebouwd door Fincantieri en voorzien van internationale meetbrieven.
De verzoekster is als reder in de openbare registers vermeld, en stelt dat door haar omzetting van een Curaçaose naar een Bermudese vennootschap de schepen niet langer de hoedanigheid van Curaçaose schepen zullen hebben, waardoor het belang bij doorhaling is aangetoond. Voor negen schepen zijn hypothecaire inschrijvingen bekend ten gunste van een Amerikaanse bank, waarvoor een concept-royementsvolmacht is overgelegd.
Het gerecht heeft vastgesteld dat geen bezwaren van derden bestaan voor de Rotterdam en Nieuw Statendam. Voor de overige schepen wordt de machtiging tot doorhaling onder de voorwaarde verleend dat op het moment van doorhaling geen beperkte rechten of beslagen in het register zijn ingeschreven. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de belangen van de hypotheekhouders.
De beschikking is gegeven door rechter P.E. de Kort en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.
Uitkomst: De machtiging tot doorhaling van de teboekstelling van elf schepen is verleend onder voorwaarden ter bescherming van beperkte rechten.